De Palio’s tot 1691

– DE PALIO’S TOT 1691 –

REFLECTIES EN ANDERE CURIOSITEITEN
met dank aan ilpalio.org

Dit werkstuk werd gebaseerd op documenten uit verschillende archieven. Zonder enige vorm van pretentie tracht ilpalio.org een overzicht te creëren en de Palio’s te analyseren die tot 1691 werden gereden. Pas vanaf 1692 werden de overwinningen en de verslagen hiervan opgesteld door de Biccherna. De Palio’s, beginnend vanaf 1633 waarin de eerste gedocumenteerde Palio alla Tonda gereden, werden door de Biccherna genegeerd.

Vanaf 2 juli 1692 hebben we dus een officiële nieuwsbron, waaraan nauwelijks wordt geraakt wat volledige betrouwbaarheid betreft. Diezelfde zekerheid hebben we dus niet over de Palio’s voor 1692, hiervoor moeten we dus terugvallen op al dan niet betwistbare documenten (als ze al gedocumenteerd zijn). De teksten die de Palio’s uit deze periode beschrijven werden allen pas jaren later geschreven door verschillende auteurs (Zazzeroni, Lisini, Grassi, enz.). Deze hebben meer gebruik gemaakt van de fantasie die ook vindbaar was in de originele manuscripten. Vaak werden ze pas echt uitgewerkt door auteurs die leefden in de eeuwen na de zeventiende eeuw.

We vermelden hier graag : Alessandro Bandiera die werd geboren in 1699; de abt Agostino Provvedi in 1746; Antonio Bandini in 1759; Giusto Gagliardi in 1768; Antonio Aurieri in 1788; Graaf Antonio Hercolani waarschijnlijk op het einde van de achttiende eeuw; Flaminio Rossi in 1808; Silvio Burgassi in 1828 en Alberto Comucci in 1862.

Pas recent hebben enkele kenners, met name Fiorini en Profeti, zich verdiept in de materie en alles proberen te documenteren. Uit deze recente documentatie halen we dan ook onze mosterd. Het is echter zeker dat in de onderzochte periode (1633-1691) de Palio niet met een vast patroon werd gelopen zoals heden ten dage (2x per jaar). De Palio werd eerder georganiseerd ter gelegenheid van feesten, vieringen of jaarlijks terugkomende jubilea. Pas in 1656, volgens wat werd gemeld door de Balia, maar juister in 1659, toen een resolutie van Biccherna het voorstel van de afgevaardigden van de Festa di Provenzano accepteerde, werd vastgesteld dat de Palio elk jaar werd gelopen op 2 juli. Voor een vaste regelmaat in augustus moesten we wachten op het begin van de negentiende eeuw.

Zoals bekend is er ook een Register van Overwinningen samengesteld door de gemeente Siena, maar ook dit is grotendeels het resultaat van dezelfde manuscripten, in plaats van een echt onderzoek. Het register is verschillende keren bijgewerkt als gevolg van enkele herinneringen die destijds door de Contrade werden gepresenteerd. In sommige gevallen accepteerde de gemeente de bewijzen, in andere dan weer helemaal niet. Daarom zien we bij sommige wijken ook een verschil in aantal overwinningen die ze zichzelf toekennen. Ook vandaag de dag zijn er enkele erkenningen,  aangevraagd door de Contrade, in behandeling; meer bepaald 1891 door Onda en 1895 door Tartuca.

Daarnaast zijn er ook onduidelijkheden rond de identiteit van de winnende fantini in de door ons onderzochte periode. Met uitzondering van Torre (1656), Leocorno (1664), Onda (1666, 1669 en 1671), Oca (1673) en Istrice (1688) werden geen echte bewezen bevindingen gevonden. De namen die vermeld staan in de lijst der overwinningen zijn de vrucht van de vurige verbeelding van zogenaamde historici die overigens altijd de bronnen weggelaten hebben.


15 agosto 1633 – TARTUCA

Bernardino Capitelli

Op 12 juli 1633, slechts twee maanden na de publicatie van de aankondiging van het “verbod op het houden van de markt in Mont’Alcino en in Rosia vanwege de pest”, stelde de Balia voor om een Palio te organiseren op de Piazza. Siena bleef immers gespaard van de pest die overall woede.

“De koers zal gelopen worden met paarden op 15 augustus, dag van de heilige Maagd.” Deze beslissing wordt bevestigd door een brief van 4 augustus waarin Oca afziet van deelname aan de koers omdat ze de voorkeur geeft aan andere uitgaven. De Palio is ook gedocumenteerd in een gravure van Bernardino Capitelli die bewaard wordt in een zaal van het Palazzo Pubblico.

Op de prent rijden de fantini zonder zadel naar de aankomst. We zien ze ook zweepslagen uitwisselen met de sovatto, een soort negenstaartige gesel met een handvat vervaardigd uit een hertenpoot. Deze werd vanaf 2 juli 1703 vervangen door de nerbo (zweep) die we nu kennen. Op het plein zien we het Palazzo Pubblico dat slechts 1 verdieping telde en nog geen campanone (klok) had. We zien mensen uit de tribune komen en de overwinning vieren terwijl de Maestri di Campo te paard de orde handhaven. Op het balkon van het stadhuis zien we een lang stuk stof handen, de prijs voor de winnaar.

De afbeelding helpt ons echter niet om te bepalen hoeveel Contrade deelgenomen hebben aan de Palio. Om de overwinning van Tartuca te ‘bewijzen’ verwijzen we naar documenten in het Contrada-archief, waarin wordt gespecificeerd dat een onbekende fantino 6 geldstukken gekregen had. Er werd ook verwezen naar de overwinning in 1663 toen Tartuca besloten had om opnieuw eigenaar te worden van de drappellone die in het bezit was gebleven van Giovanni Francesco Pollini, de zegevierende kapitein uit 1663. Gezien hij de kosten had gedragen van de Palio vond hij dat hij als schuldeiser de drappellone mocht bijhouden. Later, in de vergadering van 12 juni 1667, stelde Prior Fortunio Avanzati voor om het kostbaar weefsel van zware zijde, in reliëf met tekeningen bewerkt op te kopen bij Camerlengo Augustino Viti aan wie de vader Domenico het verpand had. Er werd echter vastgesteld dat de drappellone, teruggekocht met het doel om enkele eerdere schulden te dekken, veel van zijn waarde verloren had. De elegante stof was verdwenen, enkel de goedkope onderstof was overgebleven.

Op 14 februari 1896 werd, op vraag van de Contrada de overwinning officieel toegekend door de gemeente. Het is tot op vandaag een raadsel waarom ze ook in werkelijkheid nooit toegevoegd is aan de officiële lijst der overwinningen.

Daarom is er onlangs een nieuw verzoek ingediend door Tartuca. Dit is nog steeds in behandeling. Daarnaast is het ook niet zeker dat dit echt de eerste Palio alla Tonda uit de geschiedenis was zoals beweerd. De Deputati della Festa , Fortunio Martini en Gismondo Santi zouden in 1605 reeds een verzoek hebben ingediend bij Usimbardi, de secretaris van de Groothertog, om een Palio op de Piazza te organiseren. De ondertekenaars van de brief vonden dat je bij een Palio alla lunga slechts een deel van de koers kon zien, terwijl een koers op het plein volledig zou kunnen gevolgd worden. Usimbardi nam na overleg met de groothertog de beslissing dat het geen probleem was zolang er geen doden zouden vallen. Er is echter nergens documentatie te vinden dat dit dat jaar ook effectief zou georganiseerd zijn. Het zou bijna 30 jaar duren vooraleer de eerste Palio op de Piazza zou gelopen worden.

Dit gezegd zijnde is er nergens een kroniek of andere correspondentie die het bestaan van deze koers bevestigd. Zelfs in het boek waarin melding gemaakt wordt van het afzien van deelname van Oca wordt geen melding gemaakt van het effectieve plaatsvinden van de koers.

giugno 1634

Via het verslag van een vergadering waaraan 77 inwoners van de contrada deelnamen weten we dat Onda besloten had om deel te nemen aan de volgende Palio. Deze vergadering vond plaats op 18 juni 1634 en was een gevolg van een vergadering de week ervoor. Dit is de enige info die erop duidt dat een jaar na de eerste, de tweede Palio alla tonda zou worden gereden.

De Balia vermeldt dit evenement niet. Daarom is het niet mogelijk om de redenen waarom het werd aangekondigd te achterhalen. Nog moeilijker is de exacte datum waarop hij gereden zou zijn of worden te vinden. Laat staan dat we weten wie er naast Onda nog zou hebben willen deelnemen (of deelgenomen heeft?).

Op 18 april van dat zelfde jaar, 1634, is er in enkele notities sprake van een Palio di Broccato. De daarbij horende drappellone werd door Lupa aangeboden aan de Compagnia di S. Rocco. Deze voegde op zijn beurt het symbool van de contrada toe aan de cencio. Het zou hier echter niet over een paardenkoers gaan maar een Bufalata die in 1631 gewonnen werd door de Contrada di Vallerozzi.

De gewoonte om de door Lupa gewonnen prijzen te schenken aan de broederschap van San Rocco, werd definitief bekrachtigd op 3 augustus 1692, toen de partijen overeenkwamen dat “wanneer de Contrada de Palio wint, deze op elk gewenst moment in bewaring kan gegeven worden aan de Compagnia. Deze laatste is niets verschuldigd aan de Contrada voor de koersen zelf; enkel in geval van overwinning zijn ze verplicht om 70 Lire te betalen als bijdrage.”

1636

Zelfs vergeleken met 1634 is er nog minder nieuws te vinden over 1636. Ook deze keer halen we onze info bij Onda die ook nu stemden over deelname aan een “Palio de Cavalli in Piazza”. We vinden deze info in een nota van de contrada van 5 oktober 1636. Deze nota gaat over de uitgaven voor de deelname aan twee koersen : een met paarden en de andere met ezels.

2 luglio 1638 – TARTUCA ?

Op grond van een anoniem manuscript getiteld “Libro di Memorie riguardanti le Contrade e la città di Siena” (ofte Boek vol herinneringen aan de Contrade en de stad Siena) dat geschonken werd door Polifonte Montaini aan de Contrada Capitana dell’Onda in 1899, schrijft Tartuca deze Palio aan zichzelf toe, zonder andere, geloofwaardige documentatie aan te brengen. Ook in de lijst der overwinningen van de gemeente duikt deze Palio niet op. Het is zelfs quasi zeker dat er in dat jaar en op die dag geen Palio gelopen werd. Tot 1656 werd de Palio op uiteenlopende dagen georganiseerd. 2 juli was nog niet als vaste datum gekozen. De datum waarop de koers gehouden werd, werd bepaald door feesten en verjaardagen van belangrijke feiten.

2 luglio 1641 – ONDA ?

Onda schrijft dit succes zichzelf toe; al vinden we er geen spoor van in de lijst van de stad Siena, maar ook niet in die van Onda zelf. In feite werd deze Palio nooit betwist. Dit wordt zelfs indirect bevestigd door het dagboek van de geleerde bibliothecaris Luca Holstein die op 2 juli 1641 in zijn dagboek opmerkte dat hij net als de dagen ervoor door de straten van Siena gestapt was. Hij bekloeg zich de boekenwinkels maar verwees in zijn schrijven nergens naar de contrade of de palio.

14 luglio 1641 – TORRE

Ferdinando II als 18-jarige

Na die uit 1633 is dit de eerste Palio waarvan we iets minder vage informatie kunnen geven. We weten bijvoorbeeld dat hij werd georganiseerd om de 31e verjaardag te vieren van Ferdinand II, de gouverneur van Toscane. Dit alles wordt bevestigd in een rapport van de Contrada dell’Onda van 10 juli. Deze tekst lag volledig in de lijn van wat de Balia de dag ervoor had aangekondigd : “aanstaande zondag, op de geboortedag van de Gran Duca, zal de eerder genoemde geboorte geëerd worden als nooit tevoren. De prins zal aanwezig zijn op zijn eigen Palio die verreden zal worden op de Piazza door de contrade op paarden”

Torre won en werd in detail beschreven door de eerder vernoemde Luca Holstein. Hij zegt niets over de naam van de winnende fantino maar vermeldt wel de 8 deelnemende contrade : Onda, Lupa, Selva, Civetta, Nicchio, Tartuca, Torre en Giraffa.

Het is opmerkelijk dat Torre zichzelf deze Palio niet toekent. Oca nam na stemming op 10 juli niet deel aan de Palio. (45 stemden tegen, 9 voor deelname).

9 maggio 1643 – ONDA

Ook deze Palio komt niet voor in de algemene lijst van de gemeente. De uitvoering van deze koers, gehouden ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Prins Mattias, gouverneur van Siena, werd gewonnen door Onda én ook gedocumenteerd door de contrada zelf. Ze schrijven op 10 mei dat de Palio werd gelopen in het bijzijn van Prins Mattia op de Piazza die mee naar de kapel van de wijk trok voor de viering na de koers. Oca had volgens dezelfde tekst afgezien van deelname na hun vergadering van 5 mei.

Ook hier blijft de naam van de fantino onbekend, waardoor we veronderstellen dat hij deel uitmaakte van een groep jonge mannen van bescheiden sociale klasse aan wie men achteraf zelfs geen blik zou gunnen. We merken op dat er in die tijd veel Palio’s werden gereden ter ere van bezoeken van illustere figuren, vooral uit de Medici familie die de Sienese staat bestuurden. De eerste naam die opduikt is Governatrice Caterina maar verder ook Granduca Ferdinando I, Principe Mattias en uiteraard Violante di Baviera.

2 luglio 1643 – TARTUCA ?

De gemeente negeert ook deze Palio; ondanks het feit dat Sig. Montaini een document heeft overhandigd aan de Contrada dell’Onda is het Tartuca die zich de overwinning toeëigend. In werkelijkheid daarentegen, en bij gebrek aan bepaalde documenten, is het zelfs waarschijnlijker dat er op 2 juli geen Palio heeft plaatsgevonden. In deze jaren werden er ook koersen met buffels gereden. De buffel werd aangespoord door 12 contradaioli die met een ijzeren staaf de buffels de juiste lijn trachtten te laten lopen waardoor het dier niet in contact zou komen met het publiek op de Piazza.

De koers werd voorafgegaan door een Corteo onder leiding van de kapitein en werd afgesloten met een allegorische kar (of machine) die het dierensymbool van het district afbeeldde. De buffels kwamen de Piazza op via de Chiasso Largo. Degene die na drie rondjes als eerste aan de vicolo di San Paolo kwam won. De buffels liepen dus in de tegenovergestelde richting van de huidige Palio. De eerste van deze koersen vond plaats op 25 juli 1599 en de laatste op 3 november 1650. Op 15 augustus 1643 lijkt het erop dat Pantera gewonnen had, maar ook hier is twijfel over omdat er bronnen zijn die zeggen dat er in 1643 geen bufalata gereden werd.

14 luglio 1644 – OCA

De tweede en laatste Palio gelopen op 14 juli. De Balia stelde opnieuw voor om een Palio met paarden tussen de contrade te lopen op de geboortedag van de groothertog. Nadat Oca opnieuw weigerde om deel te nemen werden ze door de autoriteiten verplicht om deel te nemen samen met zes andere contrade.

Dit bleek de goede keuze. Oca vertrok op kop en won de Palio met, zoals ze het zelf omschrijven, “de goddelijke hulp van patroonheilige Catarina”. Ook Onda werd betrokken in de viering van de overwinning omdat ze in hun oratorium het Te Deum zijn gaan zingen.

De waarheidsgetrouwheid van dit rapport vindt een indirecte bevestiging in een ander relaas waarin bevestigd wordt dat Oca op het grondgebied van Onda is gestopt. In de giro della vittoria door de stad was ook Lupa aanwezig. De fantino kreeg 42 lire aangeboden, 18 minder dan wat Ottorino di Grosseto, eigenaar van het paard, ontving. Andere belangrijkste uitgavenposten waren : 6 lire voor de kleding van de fantini, 1 lire voor de pluim en lint op de helm, 13 dukaten voor de zweep en enkellaarzen en 16 dukaten voor de pluim van de trommelaar.

Ondanks al deze details wordt de naam van de betreffende fantino niet genoemd. Het is dus onbekend van waar de fantasievolle naam Destrampo komt. Het was de eerste overwinning van Oca, die pas in 1894 werd gecrediteerd door een gemeentelijke resolutie van 10 oktober. Dit gebeurde op basis van het rijke en gedetailleerde rapport gepresenteerd door de notaris Alfredo Ricci.

Opmerkelijk is wel dat er in een resolutie opgesteld door het College van de Balia, gedateerd 12 juli 1644, gesproken wordt dat men het niet eens was met de handelaar die de stof verkocht had. Het zou een gunst t.o.v de ene geweest zijn in het nadeel van de andere.

9 maggio 1645 – OCA

Op 2 mei 1645 werd beslist om ter ere van de verjaardag van Prins Mattias opnieuw een Palio te organiseren op de Piazza op 9 mei. Oca, verplicht om deel te nemen nam het op tegen drie andere contrade. Oca won een koers die ze van begin tot einde op kop gelopen hadden.

Dit verhaal vinden we ook terug in een boekje dat in 1892 aan de contradaioli werd aangeboden. In tegenstelling tot de vorige bron spreekt men hier van 7 mei. Ook Onda spreekt in een document over die datum. Dat de koers gereden is is zeker, gezien Onda ook zijn uitgaven aan paard en fantino bekend maakte.

Dit is trouwens één van de 5 palio’s die op de gemeenteraad van 10 oktober 1894 officieel toegekend werd aan Oca. Twee van de vijf werden als “alla Romana” gedefinieerd en werden gelopen op het einde van de 19e eeuw. De andere drie waren “alla tonda” en werden gereden in de eerste helft van de 17e eeuw. Het verzoek om ook de palio van 17 augustus 1874 te officialiseren werd afgewezen. Deze werd gelopen op de lanen van het fort Medici en gewonnen door Angelo Romualdi detto Girocche.

15 agosto 1645

De Balia besloot om in te gaan op de wens om de vieringen voor de Hemelvaart van Maria af te sluiten met een Palio. Afgevaardigde van de organisatie van deze koers waren graaf Buonsignori en de heer Antonio del Golia. Waarschijnlijk werd er toen een “palio alla lunga” gereden. De paarden renden dus zonder ruiter, met een pluim en een klein zadel in de kleuren van de contrada voor wie ze liepen. Voorafgaand was er een corteo die paradeerde langs het traject waarover de paarden liepen richting de start. Deze was voor de kerk van het klooster van Santa Maria degli Angeli, bekend als de Santuccio.

Onderweg waren zijwegen en kruispunten bedenkt met tenten of zeilen. De af te leggen route kronkelde door de straten van via Romana, Pantaneto, Banchi di Sotto, via di Città, Piazza Postierla en via del Capitano richting de Duomo. De aankomst is naar alle waarschijnlijkheid de nog steeds zichtbare lijn van ongeveer 7 meter witte stenen die we voor de Duomo zien.

De prijs voor de winnaar bestond uit een doek van fijne stof en werd opgehangen aan de granieten zuil met daarbovenop een wolvin die we ook vandaag de dag nog zien voor de kathedraal. Tot 1874, werd deze koers elk jaar op 15 augustus gelopen. Toen besliste de stad om een einde te stellen aan deze feestelijkheden. Enerzijds omwille van de dure organisatiekosten, anderzijds omdat er zich enkele ernstige ongevallen hadden voorgedaan in de jaren ervoor.

Het besluit werd definitief bekrachtigd door de gemeenteraad op 3 augustus van hetzelfde jaar, een paar dagen voor wat de laatste Palio alla lunga zou geweest zijn. Nog steeds, en als bewijs van deze unieke soort Palio zien we in het oude Borgo della Maddalena, aan het einde van de Via di Valdimontone, op het kruispunt met de Via Roma, een rechthoekige steen waarop de verrocchio was gemonteerd voor de start.

Tot de transformatie van het klooster van Santa Maria degli Angeli in een schoolgebouw (Giovanni Caselli Professional Institute) midden jaren 30 van de vorige eeuw, waren ook twee ijzeren ringen, die eeuwenlang dienden om de koord op te hangen, te zien.

15 agosto 1646

Het is niet gespecificeerd of er een Palio “alla tonda” was gepland voor de 15e of, zoals men meer geneigd is te geloven, een Palio alla lunga door de straten van de stad. Al dan niet met deelname van de contrade. Wat wel zeker is, is dat deze nooit gelopen werd omwille van een zieke Prins Mattia.

Dit bevestigt dat in die tijd de Palio’s enkel betwist werden als Prins Mattia aanwezig was in de stad. Hij was een echte bewonderaar, die de vervelende ziekte heel goed moet hebben doorstaan, omdat hij pas veel later stierf, op 11 augustus 1667.

9 maggio 1647

Ook dit jaar werd een Palio gehouden om de verjaardag van Prins Mattia te vieren, zoals gedocumenteerd in een notulen van de Contrada dell’Onda van 5 mei. De datum, hoewel plausibel, kan niet worden geverifieerd alsook de winnende contrada en de naam van de fantino blijven onbekend.

9 maggio 1648 – OCA

Ook bij deze gelegenheid werd dezelfde fout herhaald uit 1645. Ook de datum in het originele manuscript werd fout geïnterpreteerd. Ook hier werd de 9 vervangen door een 7. Dit was de laatste palio alla tonda om de verjaardag van de prins te vieren.

Door de goed gedocumenteerde herinneringen van Oca, die wederom wonnen, weten we dat er 6 Contrade deelnamen waaronder Lupa gezien deze ook vernoemd werd in het verslag van de koers.

Indirecte bevestiging van het succes van Oca kan gevonden worden tussen de regels van het verslag van de feesten voor de overwinning in 1673. Hierin wordt verwezen naar de laatste overwinning van de contrada, 25 jaar geleden. Ook deze Palio is officieel erkend door de gemeente in 1894. Wat de bron is waaruit de naam van de winnende fantino, Mone, werd gehaald blijft onbekend. Deze fantino wordt op enkele uitzonderingen na bijna elke overwinning toegewezen van de eerst gelopen palio’s.

6 novembre 1650 – DRAGO

Deze Palio werd georganiseerd ter ere van groothertog Ferdinando II de ‘Medici, gouverneur van Toscane en zijn partner Vittoria della Rovere. Dit werd zo beschreven in een boek van de Compagnia laicale di San Domenico in Campo Regio. Zij kregen 29 jaar later de prijs aangeboden door Drago.

De ongewone datum is opvallend. Drie dagen nadien werd de laatste bufalate uit de geschiedenis gehouden; hierbij verloor de fantino van van Chiocciola (Mastro Domenico) het leven aan een zware verwonding.

De documentatie over de festiviteiten die op 1 november begonnen zijn zeer uitgebreid. We vinden hierin ook een overzicht van alle feesten georganiseerd door de Balia. Er werd echter geen melding gemaakt van de Palio, wat er op duidt dat deze minder succesvol was toen dan de bufalate. Het valt dus te betwijfelen of een paardenkoers initieel opgenomen was in het programma van de feesten. Hij is echter met grote zekerheid gelopen gezien er ook noties van zijn in een rapport van de Compagnia di Campo Regio op 6 november, maar evenzeer in een zeer gedetailleerd rapport van Gugliemo Palmieri van 12 november.

We weten ook dat dezelfde contrade deelnamen aan de Palio en de bufalata : Chiocciola, Drago, Onda, Torre, Lupa en Oca.

We dienen ook te vermelden dat Aquila in die periode niet deelnam een evenementen. Ze waren nog wel actief in het gewone leven getuige enkele notariële akten waarin sprake is van 17 contrade. Deze akten zijn bewaard in de Archief van de aartsbisschop van Siena.

2 luglio 1651 – TARTUCA ?

De gemeente kent deze Palio toe aan Tartuca ondanks het feit dat er geen documenten zijn die dit kunnen staven. We moeten voortgaan op twee citaten.

Het eerste is verschenen in een piepklein anoniem manuscript uit de achttiende eeuw, onderdeel van de Chigi Saracini-collectie. Hierin staan enkele kronieken van koersen uit de 16e en 17e eeuw vermeld. Het andere staat in een boek dat nu in de Biblioteca Comunale degli Intronati wordt bewaard. Ondanks het feit dat de manuscripten onnauwkeurigheden vertonen en dus historisch onbetrouwbaar zijn, schrijft Tartuca deze Palio aan zichzelf toe. Ze geven Mone aan als fantino.

Aangezien de boekhouding van de Contrada van via Tommaso Pendola pas start in 1657 en de verslagen van de vergaderingen pas in 1663 is het moeilijk om verdere controle op echtheid uit te voeren.

Virgilio Grassi is ook sceptisch over deze Palio. Hij schrijft dat “gedurende de jaren 1651 tot 1655 er een regelmaat zit in het organiseren van koersen op 2 juli. Hierbij worden de winnende fantino en contrada vermeld. Door het ontbreken van enig document dat dit ook bevestigd, is er geen enkele Palio tussen 1651 en 1655 waar men enige zekerheid heeft over de winnaar. Pas vanaf 1656 is er meer duidelijkheid waardoor historici jarenlang dat jaar aangeduid hebben als start van de Palio.

2 luglio 1652 – TORRE ?

Ook deze Palio staat in het officiële register der overwinningen ook al zijn er geen documenten die de toegewezen overwinning aan Torre bevestigen. Zoals gebruikelijk wordt “Mone” vermeld als winnende fantino. Zelfs de hypothese dat dit een van de vele Palio’s is die nooit gereden is valt niet uit te sluiten. Het is de moeite waard om te onthouden dat er in het stadhuis een algemeen register van overwinningen is, dat voortdurend wordt bijgewerkt en alle officieel erkende Palio’s vermeldt.

Dit register is ontstaan ​​vanuit een initiatief van een gemeentelijke archivaris, Augusto Ginanneschi, die in 1888 een lijst van alle op de Piazza del Campo gelopen koersen samenstelde.

De waarheidsgetrouwheid van deze lijst werd ontkend door dezelfde samensteller, die op 6 augustus 1894 aan de burgemeester schreef en specificeerde dat wat hij had vastgelegd niets authentieks en officieels had. Hij had zich gebaseerd op een overzicht dat graaf Antonio Hercolani had gepubliceerd. Dit boek handelde over de geschiedenis en gewoonten van de Contrade van Siena in 1845.

De oprechte waarschuwing van de archivaris was echter niet voldoende om te voorkomen dat de door hem samengestelde lijst al snel als officiële werd aanzien. Alle onopgeloste twijfels uit het verleden werden zo makkelijkheidshalve opgelost. De lijst werd ook later gebruikt toen Ginanneschi in opdracht van de gemeente de lijst moest aanvullen. Hij negeerde op zijn beurt enkele palio’s, zoals die alla Romana en die met cavalli scossi. Deze werden pas in 1931 erkend.

Om conflicten en de afwezigheid van documentatie af te wimpelen heeft de stad er dus voor gekozen om de makkelijkste weg, die van Hercolani als waarheid te beschouwen. Op die manier wordt ook de kwetstbaarheid en moeilijkheid aangetoond waarmee men aan slag is gegaan.

2 luglio 1653 – BRUCO ?

Palio erkend door de gemeente al zijn er geen bewijzen van de overwinning van Bruco gevonden. Zij schuiven Pavolino naar voren als winnende fantino; Pavolino is een alias voor Paolo Roncucci maar deze is echter nergens terug te vinden in de “Stati delle Anime” dell’Archivio Arcivescovile. Er is geen spoor teug te vinden van hem in registers van dopen, huwelijken en overlijdens in de verschillende parochies van het bisdom. Er zijn dus twee hypotheses rond deze naam : ofwel was Pavolino geen Sienees, ofwel was de verbeelding van de ‘verslaggevers’ uit die tijd enorm groot.

2 luglio 1654 – CHIOCCIOLA ?

Virgilio Grassi stelt dat op deze dag nooit een Palio werd gereden waardoor Valdimontone niet heeft kunnen winnen. Zowel de gemeente als de Contrada van via dei Servi beweren het tegenovergestelde. De contrada verwijst in zijn verdediging echter naar de Compagnia della Santissima Trinità die volgens documenten in 1685 Nicchio toegezegd zou hebben om een nieuwe drappellone te doneren aan Valdimontone. Deze drappellone moest volgens de ‘memorie del Valdimontone’ een kleurencombinatie van roos en grijs hebben, met daarnaast het wapenschild van Valdimontone. Deze moest de “oude en versleten” vlag vervangen, geschonken in 1660 door Graaf Orazio d’Elci aan Valdimontone aan wie hij in voor het eerst toestond om deel te nemen aan de paardenkoers. Net daarom is het duidelijk dat Valdimontone in 1654 niet kan deelgenomen hebben aan de Palio waardoor Chiocciola een kans zag om de overwinning te claimen gezien ze ongeveer dezelfde kleuren dragen. Ook zij konden geen bewijs voorleggen.

Chiesa della Beata Vergine Maria del Rosario

27 aprile 1655 – GIRAFFA ?

Deze Palio wil de bestijging van de pauselijke troon van paus Alessandro VII eren. Verwijzingen naar de vieringen die plaatsvonden ter ere van het nieuwe pontificaat zijn te vinden in documenten van de Balia maar evengoed in een zeldzame publicatie in 1655 van de drukkerij Bonetti di Siena :

“Het was voorzien om op zondag 25 april een Palio te lopen op de majestueuze Piazza del Campo. De hekken waren rond de piste gezet voor het gemak van de toeschouwers. Rond de middag begon het te regenen. Dit duurde tot de avond waardoor de koers werd uitgesteld.”

Uiteindelijk vond de koers plaats op 27 april. De prijs was een fluwelen drappellone met een zilveren lemmet, witte tafzijde voering en zwarte strepen. Verder het wapenschild van de stad en een totaalprijs van 80 scudi. Deze info ontlenen we aan een manuscript zonder datum, maar waar we met zekerheid weten dat de auteur, Giovan Battista Cenni van de Broederschap van S.Bernardino in S.Francesco rond 1605 werd geboren.

Om de gedetailleerde en misschien zelfs enigszins geromantiseerde kroniek te lezen, moeten we wachten tot 1692, toen priester Tommaso Borghi schreef: “de deelnemers werden teruggebracht tot het aantal van veertien. Voor de ingang van het Palazzo di Giustizia werd de start opgetrokken. Door loting werd iedereen een plaats toegewezen waarna ze moesten wachten op het signaal van de start”. Borghi beschrijft de koers en informeert ons dat “de niet ervaren fantino die als eerste reed, niet de juiste instructies gaf aan zijn paard om te draaien in de San Martino. Hij werd gevolgd door de volgende zeven waardoor hij Panicaccino een vrije straat gaf.”

Uit enkele proefversies leren we echter dat Panicaccino of Paniaccino (bekend als Michelangelo Danielli en kapper aan de Logge del Papa én zoon van Francesco detto Paniaccio), op 9 augustus 1674 door notaris Anzano Ghibellini is vermoord uit jaloezie of soortgelijke reden. Deze notaris heeft op zijn beurt twee dagen ondergedoken geleefd alvorens opgepakt te zijn in de kerk Madonna del Rosario in Chiocciola. Door onderzoek naar de identiteit van de personages in dit verhaal bleek uit raadpleging van het parochieregister dat Dainelli in 1655 slechts 8 jaar oud zou geweest zijn, een leeftijd die hem dus niet toegestaan had om deel te nemen aan de Palio.

Dit alles leidt ertoe dat we de waarheidsgetrouwheid van deze kronieken in twijfel trekken. Het is dus moeilijk om de waarheid van de fantasie te scheiden. Het is dus niet uitgesloten dat de priester die notities maakte over deze Palio zich van jaar vergist had en dus verwarde met een andere Palio die eventueel door Dainelli zou gewonnen zijn; na 1655 uiteraard.

Bevestiging van de datum is er wel. Een document van 10 juni bevestigd dat Giovan Battista Marchi een som geld heeft ontvangen van de Biccherna om eten en drinken te geven aan de mensen die de Carrocchio getrokken hebben op 27 april.

De gemeente schrijft de overwinning toe aan de Giraffa; al kan deze niet bevestigd worden gezien andere bronnen schrijven dat Giraffa pas in 1686 begon deel te nemen aan feesten en wedstrijden.

Het is daarom zeer waarschijnlijk dat de Palio met scossi werd gelopen. Verder zijn er ook geen bronnen over welke fantini deelnamen en welke kleuren ze droegen. In de verder zorgvuldig opgebouwde en geschreven kronieken werd de naam van de winnaar domweg vergeten.

Hoewel Bandiera spreekt van een overwinning van Pavolino, spreken andere bronnen over Bacchino. Bacchino was toen ongeveer 14 jaar oud, een leeftijd die we als normaal kunnen beschouwen voor die tijd. Het is vrijwel zeker dat bijna alle fantini uit de eerste jaren tieners waren. Pas op 24 juni 1852 werd in het reglement toegevoegd dat ze meerderjarig moesten zijn.

Tussen de meest gevierde fantini die hun carrière begonnen als een zeer jonge man zijn volgende zeker het onthouden waard :

  • Bachicche (Mario Bernini) die toen hij 13 jaar en 5 maanden oud was debuteerde bij Onda maar door de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving prompt uitgesloten werd voor drie jaar (1852, 1853 en 1854)
  • Gobbo Saragiolo (Francesco Santini) was ​​13 jaar en 8 maanden, toen hij won voor Chiocciola
  • Ferrino Minore (Pasquale Morelli) was ​​14 jaar en 5 maanden bij zijn debuut
  • Biggèri (Tommaso Felloni) won voor Torre toen hij ​​14 jaar en 7 maanden oud was

In de negentiende eeuw werd de paragraaf van de nieuwe verordening in elk geval genegeerd door maar liefst zeven zeventien-jarigen; waaronder de toekomstige meervoudige overwinnaar Picino (Angelo Meloni) die zijn debuut maakte op de leeftijd van 17 en 4 maanden Hij vervalste meer dan waarschijnlijk een registratiedocument.

2 luglio 1655 – OCA ?

Palio die door de gemeente werd toegekend aan Oca. Opvallend is echter dat het diezelfde contrada is die het zelf indirect ontkent. In een tekst over de viering van de Palio in 1673 wordt aangegeven dat de contrada vijfentwintig jaar wachtte op een nieuwe overwinning. Dat wil zeggen dat ze zelf terug gaan naar de overwinning van 9 mei 1648.

Zoals Fiorini beweert, was de prijs die men kreeg voor de Palio di Provenzano (juli) een drappellone bestaande uit brokaat, damast of fluweel waarvan de waarde bepaald werd door de kwaliteit van de stof. Verder werd ze bekleed met taf en andere decoratieve elementen. Daarnaast kreeg de winnaar een zilveren voorwerp aangeboden.

Een anoniem manuscript uit de late zeventiende eeuw suggereert ook dat ‘in deze eerste jaren van de Palio de Contrade zelf hun paarden uitzochten.’ Pas later werden paarden via het lot verdeeld om iedereen, ook de minder bedeelde wijken, evenveel kansen te geven. Occasionele en incidentele paardenkoersen die niet gecategoriseerd werden als ‘echte Palio’ waren, net als vandaag, bedoeld om paarden te laten kennismaken met de piste en de omstandigheden. Deze koersen waren, net zoals het nu is, bedoeld om het terrein te leren kennen; maar ook om het Sienese volk kennis te laten maken met dit nieuwe soort van spel en spektakel.

2 luglio 1656 – TORRE

In Siena groeide de wens om eer te betonen aan de Maagd Maria. In 1656 werd dan ook beslist om ‘la Magnifica Festa del Pallio’ jaarlijks te organiseren op de Piazza del Campo op 2 juli, gelopen door de Contrade. Men wilde de ‘Visitazione di Maria a S.Elisabetta’ eren. Santa Elisabetta was de nicht van de Madonna. Het was de Balia die deze regelmaat in de organisatie van de Palio goedkeurde.

2 juli was de dag van het legendarische wonder dat volgens de overlevering zou plaatsgevonden hebben in 1594, toen een Spaanse soldaat van het Medici-garnizoen, die onder invloed van alcohol zijn wapen op een verschijning van de Madonna richtte en vuurde. De kogel scheurde de loop waardoor de soldaat zichzelf doodde. Mensen interpreteerden dit als een teken van de Maagd die hiermee haar liefde en bescherming voor de stad Siena bevestigde.

De koers zelf werd door de stad toegekend aan Torre. Deze hebben als bewijs een document waarin staat dat “de Palio van 2 juli 1656 prachtig geslaagd was en de Contrada della Torre met fantino Simone detto Mone heeft gewonnen”. Volgens dit manuscript is het waarschijnlijk dat voor het eerst een zegevierende Contrada naar Provenzano ging om een Te Deum te zingen, de start dus van deze religieuze traditie.

Volgens een reflectie van historicus Flaminio Rossi werden Palio’s in deze periode eigenlijk aanzien als prove of oefeningen. Ze kenden niet hetzelfde succes als de feesten en koersen die men organiseerde met buffels en andere ‘wilde’ dieren. Blijkbaar waren koersen met paarden niet zo populair toendertijd.

2 luglio 1657 – TORRE ?

Palio erkend door de gemeente aan Torre, al zijn er geen bewijzen. Volgens Gagliardi heeft Drago gewonnen. Al wist hij niet dat Drago, net als Aquila trouwens, in deze periode niet deelnam aan feesten en dus bijgevolg de Palio. De fantasierijke chronist die anoniem bleef, schreef dat Torre de winnaar was. Aquila zou dit bestreden hebben en beweerd hebben dat Torre maar twee ronden zou gereden hebben.

Een ander manuscript, evenzeer anoniem en niet uit die tijd voegde er het volgende aan toe : “de contrade formeerden in de weide van St. Augustinus, van waaruit ze vervolgens naar de Piazza zouden trekken voor de Corteo”. Volgens Bandiera was het Pavolino, maar alle andere bronnen verwijzen naar Mone als winnend fantino. Deze zou de eerste geweest zijn om fooien te verzamelen bij de inwoners van de wijk na de overwinning. Deze gewoonte bleef drie eeuwen bestaan, tot 1965, toen Aceto deze traditie doorbrak én zelfs stopzette toen hij bij Aquila reed.

2 luglio 1658 – NICCHIO

De Algemene Lijst der overwinningen van de stad alsook andere manuscripten schrijven de overwinning toe aan Oca, maar dit wordt echter tegengesproken door een verslag van de Contrada zelf : “hoewel ons paard het sterkste was werd hij echter tweede; na de koers keerde het paard terug naar onze kerk en werd de gebruikelijke gratie gegeven”.

Interessant weetje is dat de comparsa verzamelde op de Prato di Sant’Agostino (Tartuca) en dat de startvolgorde voor het eerst bij lot bepaald werd. Oca werd als zesde geloot lezen we in hetzelfde verslag.

Niet alleen Oca, maar Bruco werd als overwinnaar van deze Palio aangeduid? Dit lezen we in een document bewaard in het Archief van de Contrada dell’Onda. Dit archief is echter al meermaals onbetrouwbaar geweest. Volgens Comucci was Girolamo Zoccoli kapitein bij Bruco. Hij was een inwoner van Orbachi. Hij zou de gewonnen som geld gebruikt hebben om enkele verbeteringen aan het oratorium ter ere van San Bernardino te voltooien. Dit is echter vergezocht, gezien geldprijzen pas vanaf de Palio van 1698, gewonnen door Civetta, werden uitgereikt.

Uit onderzoek blijkt ook Nicchio de Palio in eigen manuscripten aan zichzelf toe te schrijven. Dit zou op 24 juni 1685 in de notulen terug te vinden zijn. Fiorini merkte terecht op dat dit een later toegevoegde notitie moest zijn gezien het handschrift anders is dan de rest van de tekst.

Wat wel in het voordeel van Nicchio pleit is de wens van de contradaioli om in 1677 de gewonnen drappellone te schenken aan de Compagnia di S. Stefano. In het schrijven verwijst men naar 6 voorgaande keren waarop dit gebeurde, onder andere in 1658. Naast een drappellone kregen de contrade ook een geldsom. Deze traditie stamde uit de tijd van de bufalate toen de contrade een geldprijs kregen voor zij die het mooiste verschenen op de Piazza tijdens de Corteo Storico (vandaag de dag is dat de Masgalano).

2 luglio 1659 – ISTRICE ?

Het eerste spoor van een officiële Palio vinden we in de Biccherna, die toen de Palio organiseerde. In een aankondiging van kanselier Mariano Raspanti lezen we dat er een koers georganiseerd zou worden ter ere van de Maagd van Provenzano. De Palio wordt toegeschreven aan Istrice gewonnen door de “gebruikelijke” Mone, maar volgens Bandiera door Pavolino.

De weinige informatie die we hebben komt van Onda, die in een document overwogen om niet deel te nemen. Wat wel een bewijs is dat de koers gereden is. Girolamo Macchi schreef in 1688 dat de wijk Istrice voordien nooit een overwinning had gehaald, wat dan weer bijdraagt tot de onzekerheid rond deze overwinning.

16 agosto 1659

Il Casino dei Nobili in una stampa di Vincenzo Pazzini Carli del 1775

Op 11 augustus werd de raad bijeengeroepen. In artikel 14 lezen we dat gouverneur Sergardi de intentie had een Palio op Piazza met paarden en contrade te laten lopen georganiseerd door “il Casino”. De winnaar van deze Palio is echter niet gekend. Het gaat hier wellicht over de eerste Palio Straordinario in de geschiedenis gezien men in 1656 2 juli als vaste datum had gekozen om een Palio te organiseren.

2 luglio 1660 – NICCHIO

Veel historici concluderen de verwarrende en tegensprekende kronieken van deze Palio met een overwinning voor Nicchio. Volgens Bandiera, il Comucci en Zazzeroni zou de Palio op 9 juli gereden zijn en gewonnen door Torre. Bandini schrijft de overwinning toe aan Onda, terwijl Gagliardi de contrada del Valdimontone als overwinnaar aanduidt. Deze laatste stapte in 1910 naar de gemeenteraad in de hoop dit officieel te erkennen. Hun dossier was gebaseerd op het onderzoek van Gagliardi.

Dit verzoek werd echter afgewezen, de bewijzen waren niet doorslaggevend. Ze waren zelfs overtuigd van het feit dat het Torre was die won. Nicchio daarentegen zou de drappellone geschonken hebben aan de Compagnia di Santo Stefano.

We mogen ook niet vergeten dat de Biccherna schreef dat dit de eerste Palio was waarbij er zand op de Piazza gelegd zou zijn om het galopperen van de paarden te bevorderen. Dit zou reeds voorgesteld zijn in 1605! Fantini kregen ook de toelating om de zweep te gebruiken tijdens de start. Tot slot is het opvallend dat dit de eerste keer is in de geschiedenis dat Valdimontone onder de deelnemers gezet wordt.

16 agosto 1660

Deze zou het tweede Straordinario geweest zijn maar net als de vorige van een jaar eerder is er geen nieuws of commentaar over de koers te vinden. Noch door de stad, noch door de genoemde auteurs over de geschiedenis van de Palio is er iets te vinden over deze koers. Via een tekst in de Deliberazione e Memorie dell’ Onda van 10 augustus 1660 komen we echter te weten dat alle contrade uitgenodigd waren om deel te nemen aan deze Palio Straordinario georganiseerd door de Nobili Signori del Casino. De Palio zou gereden worden voor de komst van de Prins op de dag van San Rocco op 16 augustus.

Onda besloot deel te nemen met 22 stemmen voor én slechts 1 tegen. Het vermoeden dat het om een Palio alla lunga gaat valt hieruit af te leiden gezien contrade in principe niet aan dit soort koersen deelnamen. Door de afwezigheid van een aankondiging van de Biccherna en notulen van andere contrade denken we dat deze Palio om onbekende redenen (bvb de onbeschikbaarheid van de prins) nooit werd betwist.

2 luglio 1661 – CHIOCCIOLA ?

Toen Macchi in 1690 beweerde dat de Chiocciola 32 jaar lang niet had gewonnen verwees hij naar deze Palio. Wellicht had zijn geheugen hem in de steek gelaten gezien het “maar” over 29 jaar gaat. Deze overwinning werd door de stad officieel toegewezen aan de Contrada van San Marco. De Palio was gepland voor 2 juli, al blijven enkel Aurieri, Bandiera en een anonieme bron beweren dat het ook effectief op deze dag heeft plaatsgevonden. Andere bronnen beweren dat de Palio een dag was uitgesteld vanwege de overvloedige regenval in Siena.

Naast de datum zijn er ook verschillen in het aantal deelnemende Contrade. Afhankelijk van de bron varieert het tussen 11 en 12 deelnemers. Zeker is de deelname van Valdimontone; wat we afleiden uit een verzoekschrift gericht aan de Compagnia della Santissima Trinità waarin we lezen dat ze ter gelegenheid van de Palio gebruik willen maken van het oratorium van de compagnie. Ook wat de fantini betreft is er geen consensus tussen de historici : volgens Bandiera won Mone, voor de anderen was het de even beroemde Pavolino.

La Chiesa della Madonna di Provenzano da una stampa di Vincenzo Pazzini Carli del 1775

2 luglio 1662 – NICCHIO

Op 30 juni heeft de Biccherna een aankondiging uitgeschreven voor de Palio ter ere van de Madonna van Provenzano. Volgens de officiële lijst der overwinningen, Zazzeroni en Aurieri werd deze gewonnen door Leocorno; Bandini, Macchi (die toentertijd slechts 14 jaar oud was) en Comucci schrijven hem toe aan Valdimontone. Valdimontone zelf heeft nooit stappen ondernomen om hem toegeschreven te krijgen. Het verloop en uitkomst van de koers wordt beschreven door de Compagnia di Santo Stefano. Deze specificeren dat Nicchio drie ronden aan de leiding gelopen heeft. Ze verwijzen niet naar de naam van de fantino. In hun verslag voegen ze ook toe dat de contradaioli vierend naar de kerk van Provenzano trokken, vergezeld van Oca, Selva en Civetta. Op 9 juli werd de drappellone aan de Compagnia di S.Stefano gegeven.

Uit de beschrijving van de drappellone onthouden we dat dit de eerste keer is dat ook de Madonna van Provenzano afgebeeld wordt. In tegenstelling tot wat we denken werd de beeltenis van de Madonna niet afgebeeld op de hoofdprijs maar eerder op een andere, minder dure stof. Dit noemde men de “paliotto”. We kunnen dus afleiden dat er naast de echte prijs die vroeg of laat werd hergebruikt voor andere doeleinden omwille van de waarde van de stof, ook een kleinere goedkopere prijs werd gegeven aan de winnende contrada als herinnering of symbool van de overwinning.

De drie Gentiluomini werden elk jaar gekozen door hun voorgangers en droegen de kosten voor de Palio, elk ongeveer 30 tolleri (of thalers). De uitverkorenen in 1662 waren bijvoorbeeld: Camillo Vecchi, Pietro Ballati en Patrizio Colombini. Een derde van het betaalde bedrag werd gebruikt om de organisatiekosten te dekken, terwijl de overige 60 tolleri gebruikt werden om de prijs van de winnende contrada te betalen. Het gebruik bleef bestaan tot 1836, het jaar waarin de Sienese edelen weigerden de kosten van de Palio juli te blijven dragen.

De bevestiging van de overwinning van Nicchio komt aan het licht doordat notaris Mariano Raspanti, montaiolo, zich in een schrijven een jaar later richtte aan de Compagnia della Santissima Trinità. Hij wilde hen overtuigen om de Palio over te nemen die Valdimontone gewonnen had. Op die manier zouden ze kosten kunnen dekken. Hij schreef dat Montone net als Nicchio in 1662 (aan San Stefano) de Palio wilde schenken en verwachtte dat dit positief onthaald zou worden gezien zijn wijk niet als mindere ten aanzien van Nicchio mocht gezien worden.

2 luglio 1663 – VALDIMONTONE

Voor het eerst vallen de officiële en niet-officiële bronnen samen. De Palio wordt door de stad erkend als gewonnen door “Valdimontone in een Palio met paarden op de Piazza”. Daarnaast onderschrijft de Compagnia della Santissima Trinità deze overwinning omdat zij de prestigieuze prijs aangeboden kregen. Hiertegenover schonk de Broederschap, uit dankbaarheid, zestien muntstukken om de gemaakte kosten te dekken. Voor Valdimontone is het de eerste overwinning in een Palio alla tonda. Volgens Bandiera en Gagliardi won Mone, voor anderen was het Pavolino.

Valdimontone kent zichzelf enkele overwinningen toe die niet erkend worden door de stad Siena. Twee ervan voor deze 2 juli 1663 : de eerste op 15 augustus 1637 en de tweede op 15 augustus 1645; beide werden behaald met de bufalata; daarnaast kennen ze zich ook twee palio’s gereden in de Villa di Cetinale toe : 23 september 1685 en 22 september 1686.

Het is de moeite waard om ook te vermelden dat de piste pas aangebracht werd de ochtend van 2 juli. Er hingen ook geen matrassen in de San Martino. Deze werden voor het eerst geïntroduceerd op 18 augustus 1841 ter gelegenheid van een Palio die gereden werd met alle 17 contrade. Het experiment werd herhaald op 17 augustus 1842, waarna besloten werd om deze verandering altijd in te voeren.

Naast Valdimontone, namen Oca, Leocorno en Tartuca ook deel aan de koers. Deze werd ingericht na een vergadering op 3 juni onder de naam : Palio per la Madonna di luglio. Vanaf dit jaar tot het einde van 1691 werden er geen andere successen vernoemd door ‘la Compagnia’ in de Palio alla tonda. We vinden wel een schrijven over het toekennen van de prijs die ze kregen op 11 december 1686 voor de overwinning in de Palio gereden in Villa di Cetinale. Er is echter geen vermelding van een overwinning op 23 september 1685. Deze werd door Valdimontone geschonken aan de kerk van San Gaetano gelegen in Nicchio.

Uit 1663 vinden we ook het oudste nog bestaande statuut, aangeleverd door de kerk en contrada della Chiocciola. Hieruit blijkt dat de vergadering werd gestart met trommelaars zodat iedereen op de hoogte was van de start van de vergadering. Alleen inwoners van de contrada waren welkom en er moesten minstens 20 aanwezigen zijn om geldig te vergaderen. De vergaderingen vonden meestal op zondagmiddag plaats en werden geopend door een religieuze ceremonie. Het is jammer dat de boeken van de bijeenkomsten rond de deelnames aan de eerste Palio’s niet meer bestaan en dus niet konden ingekeken worden.

3 giugno 1664 – LEOCORNO

Palio Straordinario ter ere van Agostino Chigi, neef van paus Alexander VII, vanuit wie de gelijknamige Romeinse familie afstamde. Deze Palio, die genegeerd werd door alle onderzoekers uit het verleden, is ook vandaag de dag niet terug te vinden in het algemene lijst der overwinningen van de stad Siena. De stad heeft echter via een brief van 24 maart 1997 aan de prior van Leocorno verklaard dat ze van plan is deze overwinning te erkennen. We moeten echter benadrukken dat de datum waarop deze Palio gelopen zou zijn onjuist is. Leocorno spreekt van 1 juni. De Biccherna steunt de datum van 3 juni door te zeggen dat de Palio gereden werd op de derde Paasdag van Spirito Santo. Deze christelijke feestdag kennen we nu als Pinksteren en is net als Pasen zelf een dag die schuift naargelang de kalender. Tellende van zondag 1 juni waarop Pinksteren zou gevallen zijn komen we uit op dinsdag 3 juni waarop deze Straordinario in 1664 gereden werd. Wat we met zekerheid weten is dat op 18 september nog steeds zand op de Piazza lag. De Camarlenghi van de Terzi delle Masse werd volgens een schrijven opgeroepen met als taak dit zo snel mogelijk te verwijderen.

De prijs voor deze koers was een “zilveren schaal” aangeboden door de Conversazione del Casino die iets meer dan 2 kilo woog. Op 27 september 1750 besloot dezelfde Compagnia om de schaal te vernietigen om er een monstrans (een monstrans is een houder, normaal van goud, waarin de geconsacreerde hostie wordt getoond) van te maken. Deze draagt de datum van 1751 en is te bezichtigen in de sacristie van de contrada en is dus een onderdeel van de in 1664 behaalde overwinning (en prijs).

2 luglio 1664 – CIVETTA ?

Palio erkend door de gemeente aan Civetta met als bewijs het verhaal van Girolamo Macchi, die toen zestien jaar oud was. Volgens Macchi was de fantino van Lupa aan de start gevallen. Zijn paard liep verder en kwam zelfs als eerste over de meet. Prins Mattias beviel echter de prijs aan de tweede, Civetta te geven gezien deze de eerste contrada was die mét ruiter over de streep kwam. Dit druist in tegen de regels en beschrijft, indien het echt gebeurd is, een abnormale gebeurtenis waarbij de Prins zich als rechter van de overwinning zou hebben opgesteld en een regel die bij andere koersen en Palio’s geldt ook in Siena te hebben toegepast.

Zelfs twee eeuwen na de feiten noemde een woedende Flaminio Rossi Prins Mattias een “imbeciel”, aangezien iemand met een gezond verstand zou weten dat het paard wint en niet de fantino. De winnende fantino zou Bacchino zijn geweest, beter gekend als Domenico Bacchini, niet te verwarren met Pietro Bacchini, die ook de bijnaam Bacchino droeg maar weinig succesvol was tussen 1791 en 1798.

In een manuscript in de gemeentelijke bibliotheek vinden we een fantasierijke kroniek van deze Palio. Zo zouden er maar liefst 21 deelnemers zijn geweest. Ook hier spreekt men van een val van Lupa, meer bepaald in de derde San Martino. Het blijft echter tegelijk een hypothese dat deze koers nooit gereden werd, gezien het ontbreken van beslissingen van andere contrade om bijvoorbeeld deel te nemen aan deze koers.

5 ottobre 1664

Zoals gesuggereerd door een aankondiging van de Biccherna werd op 5 oktober een Palio Straordinario georganiseerd; en dit voor de tweede keer in eenzelfde jaar.  Hij kwam op verzoek van de Nobile Conversazione del Casino voor de komst van kardinaal Flavio Chigi. Uit de nota van 14 oktober rond de kosten voor de organisatie van de festiviteiten leren we dat de Palio bestond uit een schilderij op bloemrijke satijnen stof omgeven door gekleurde linten en gouden garnituur. De Masgalano was een zilveren vaas. We weten ook dat de prove niet werden gereden door de fantini die de Palio reden maar door een groep koetsiers die op deze manier een kleine som geld konden verdienen. We weten echter niet wie de Palio gewonnen heeft, laat staan welke contrade deelgenomen hebben. De Palio werd ook niet erkend door de stad Siena.

31 maggio? 1665 – NICCHIO

Een besluit van de Compagnia di San Giovanni Battista in Pantaneto, één van de Conversazione del Casino (die instonden voor de kosten) en een daaropvolgende beslissing van de Biccherna van 30 mei lieten ons weten dat er een Palio zou worden gereden ter ere van Mario Chigi, protettote van Onda én broer van paus Alexander VII. De organisatie van deze vieringen zou de Circolo 698 lire kosten. Hierin begrepen de kosten voor de paliotto, een schaal, de receptie en alle bijhorende kosten. De Palio werd gereden tussen 31 mei (de meest waarschijnlijke datum) en 6 juni. Naast Bruco namen ook Leocorno en Onda deel. Bruco werd tweede en won een zilveren dienblad.

Een brief van de Contrada del Nicchio die op 3 juli 1667 aan de Compagnia di S. Stefano verstuurd werd spreekt van een vier drappelloni die geschonken werden. Men spreekt van die van 1660 en 1662 en die van afgelopen 2 juli (duidend op de overwinning van 1667). Dit alles maakt ons duidelijk dat de Contrada tussen 1663 en 1666 een overwinning moet hebben behaald. Een geschreven bron van Oca spreekt over een Palio gewonnen door Nicchio waarbij Bruco als tweede ook een prijs gekregen heeft. Daarom komen we uit bij deze Palio. In ieder geval heerst er grote verwarring over het aantal overwinningen van Nicchio. Zij schrijven zichzelf deze overwinning niet toe. Wat wel in hun lijst van overwinningen staat is die van september 1681 behaald in Villa di Cetinale; een Palio die door vele historici aan Valdimontone wordt toegeschreven.

2 luglio 1665 – TORRE ?

Voor deze Palio heeft de Biccherna geen aankondiging gedaan om zand te laten brengen naar de Piazza. Men neemt dus aan dat dit zand is blijven liggen na de Palio begin juni. De stad kent de overwinning toe aan Torre, terwijl Bandini hem toekent aan Onda. Ook de naam van de winnende fantino blijft onbekend. Sommige historici neigen naar Mone, anderen naar Granchio.

Dit laatste personage is een van de weinige van die historische periode waarvan we zijn ware identiteit hebben kunnen achterhalen. Dit was mogelijk door het “boek van de overledenen van San Martino” te raadplegen. Toen zijn tweede partner, Margherita, overleed op 11 augustus 1699 sprak men van “echtgenote van wijlen Giovan Battista Landi, bijgenaamd Granchio”. Uit “Stati delle Anime” weten we dat hij geboren werd in Siena rond 1639 en dat hij een schoenmaker was die naast de Osteria del Montone woonde. De bekendheid die Granchio had verworven is aanzienlijk en leverde hem negen overwinningen op die hij tussen 1665 en 1685 zou hebben behaald. Daarnaast won hij ook drie Palio’s in de Villa di Cetinale.

Bruco nam zeker deel aan deze Palio. Dit kan worden afgeleid uit het verzoek dat de Contrada en de ‘homini del Bruco’ schreven naar de gouverneur van Siena om de jonge vlaggenzwaaier Giuseppe Fancelli vrij te laten op de dag van de Palio nadat hij was opgepakt op 12 juni.

2 luglio 1666 – ONDA

Hercolani, en bijgevolg ook de gemeente, schrijven de overwinning aan Nicchio en Bacchino toe. Ze werden wellicht misleid door de klachten van de Camerlengo van Nicchio op 14 september 1698 over de Palio van 2 juli 1666 die niet goed gedocumenteerd was in het archief van de wijk. Gezien het feit dat deze uitingen in 1698 werden gedaan, dus meer dan 30 jaar na de feiten, is het waarschijnlijk dat Camerlengo Pucci zich van jaar vergist heeft en eigenlijk verwees naar de overwinning van 1667.

In een document van Onda krijgen we bevestiging van hun succes in 1666 met Bacchino. “De fantino, Pier Domenico da Barberino, zei dat hij tevreden was met de 40 lire aan tips die hij kreeg van de ondaioli.”

Een verdere bevestiging van wat zojuist is beschreven vinden we ook in een rapport van Bastiano Palagi, de Camerlengo van Oca: “Desondanks dat ons paard bij de slechtste hoorde bleven we altijd 3e dankzij de vaardigheid van onze fantino. De Palio werd gewonnen door Onda, wat ook in onze contrada goed werd ontvangen…”.

We hebben ook opgemekrt dat Onda in deze jaren vasthield aan dezelfde fantino, Bacchino die volgens ons niemand anders was dan Pier Domenico Bacchini da Barberino. De Stad heeft gelijk dat ze de overwinning toevertrouwen aan Bacchino, ze begaat echter de fout met de contrada voor wie hij reed. Macchi, Bandini, Bandiera en Gagliardi vertrouwen de overwinning toe aan Leocorno. Waarschijnlijk verwarren ze zich omdat de contrada van Pantaneto de prijs had gekregen voor de mooist gepresenteerde comparsa.

Op 30 juni verwees de Biccherna ook naar de festiviteiten die zoals gebruikelijk half augustus werden gehouden. Het schrijven gaat over de wagens waarmee en zou paraderen. Men schrijft dat ze “allemaal kapot waren en niet konden gebruikt worden”. Verder beviel de Biccherna “om deze te herstellen tegen de laagst mogelijke kosten”. Ook hiervoor wacht Onda, ondanks het geleverde bewijs, nog steeds op de erkenning van de gemeentelijke administratie.

La Comparsa dell’Onda

2 luglio 1667 – NICCHIO

Zoals aangegeven door de Biccherna vond de Palio zoals gebruikelijk plaats op 2 juli en werd hij niet uitgesteld vanwege regen, zoals beweerd door sommige auteurs. De bevestiging van de datum én de overwinning wordt gegeven door de Compagnia di Santo Stefano die, naast het vermelden van eerdere ontvangen donaties van Palio’s, specifiek verwijst naar deze die ze ontvangen hebben van Nicchio voor de overwinning van 2 juli.

De overwinning was ook mogelijk dankzij de financiële hulp die de Contrada op 26 juni vroeg én kreeg om de kosten te dragen van de Palio. Ondanks deze onbetwistbare bewijzen volgde Macchi de stad niet en schreef hij de overwinning toe aan Leocorno in een achttiende-eeuws manuscript. De toeschrijving van de Palio’s van 1666 en 1667 aan Leocorno door Macchi geeft aan dat deze zijn informatie niet zorgvuldig controleerde.

2 luglio 1668 – CHIOCCIOLA ?

De datum van 2 juli wordt aangegeven door de Biccherna, die ook een waarschuwing uitsprak “dat paarden niet mogen worden gestoord tijdens de koers”. Dit wijst erop dat er tijdens de koers een incident moet geweest zijn dat schade had toegebracht aan een aantal Contrade. Hoewel er geen geldig bewijs is, erkennen de gemeente en de meerderheid van de historici de Palio aan Chiocciola met Bacchino. Bandini daarentegen geeft de overwinning aan Tartuca. Wat zeker is, is dat Oca ook deelnam aan deze Palio; dit staat gedocumenteerd in een tekst van 24 juni. Ook Nicchio die op 29 juni bijeenkwamen spreekt van deelname van Oca.

2 luglio 1669 – ONDA

Erkend door de gemeente aan Istrice die hem zichzelf toeschrijft, maar in werkelijkheid won Onda de Palio van 2 juli 1669. Ook onverklaarbaar is dat de Biccherna voor deze Palio niet de gebruikelijke verordening opstelde die de Camerlenghi van de Terzi delle Masse verplichtte om binnen enkele dagen het zand te verwijderen van de Piazza.

Hoewel ze nog niet officieel is erkend door de gemeente, wordt de overwinning van de Contrada di Malborghetto ondersteund door haar boekhouding. In haar boek “Uscite” (vrij vertaald als uitgaven) lezen we dat op 9 juli 40 lire werd betaald voor de overwinning behaald op 2 juli aan Pier Domenicho detto Barbarino.

Een paar weken later, op 12 augustus, verzamelden de Ondaioli zich in een vergadering. Uit angst voor de geleidelijke devaluatie van de twee gekregen prijzen, werd besloten om de nieuw gewonnen Palio samen met die van 1666 te verkopen. Dus lezen we in hun boek “Entrate” (vrij vertaald als inkomsten) dat ze 200 lire hebben ontvangen van de heer Servilio Nini.

De deelname van Oca aan deze Palio leiden we af uit een verslag van hun vergadering van 24 juni waarop men het voorstel om deel te nemen positief onthaalde.

2 luglio 1670 – TARTUCA ?

Overwinning die Tartuca wordt toegeschreven door een manuscript van twijfelachtige betrouwbaarheid uit het archief van Onda. Deze Palio is niet terug te vinden in de lijst der overwinningen van de gemeente of in resoluties van de Biccherna wat wijst op de hypothese dat deze Palio nooit gereden werd omwille van de dood van groothertog Ferdinand II die op 23 mei stierf aan een beroerte. Dit wordt bevestigd door een werk van de Santa Maria in Provenzano.

Ook de Palio alla lunga van half augustus heeft niet plaatsgevonden. Dit weten we uit een manuscript van de Balia. Hierin lezen we dat op 24 april 1671 gelopen werd “voor een doek dat gemaakt was voor de koers van het vorige jaar”. Deze werd geschonken door de Opera Metropolitana net als in 1646.

Een bekende fantino uit deze jaren, maar die waarschijnlijk nooit won was Giovannino Dragone detto Stortino. Hij is echter niet bekend geworden omwille van zijn vaardigheden of behendigheid. Hij is de reden van een passage in één van de oudste geschreven Palio-reglementen. Zo werd het door zijn toedoen verboden om vanuit een kansloze positie de koplopers zweepslagen te geven. Lees : vertragen en een ronde de rivalen opwachten…

2 luglio 1671 – ONDA

Op 30 juni kwam de Biccherna met een verordening naar buiten. Zoals steeds lezen we de afspraken rond het aanbrengen van de piste op de Piazza. Gezien de onrusten van de jaren ervoor lezen we ook enkele nieuwe artikels met betrekking tot het reglement. Zo is het voor iedereen verboden om de piste te betreden en de paarden op één of andere manier te hinderen. Daarnaast wordt er van de contrade verwacht om hun toegewezen plaats aan de start te behouden en hier niet van af te wijken.

Deze voorzorgsmaatregelen die uitgeschreven waren om de Palio zonder problemen door te komen waren echter niet voldoende. Aan de Prato di Camollia waar de paarden ingeschreven werden deden zich de eerste meningsverschillen voor.

Het begon allemaal toen enkele van de 8 Contrade die deelnamen “enig nadeel leken te krijgen doordat ze niet het gekozen paard en ruiter kregen”. Aanvankelijk besloten alleen Lupa, Leocorno en Torre om deel te nemen aan de Palio. Nicchio, die financieel gesteund werden door de Compagnia di Santo Stefano, Istrice, Civetta en Oca zagen af van deelname.

Aanvankelijk stond ook Onda aan de kant van degenen die niet meer wilden deelnemen. Na een korte beraadslaging besloten ze zich bij de 3 die wilden lopen aan te sluiten.

Tijdens deze fase van extreme verwarring werden de vertegenwoordigers van Giraffa en Chiocciola aangesproken. Zij besloten om desondanks eerdere afzegging de vier te vervangen. De Palio zou met 6 gereden worden. Onda verscheen opnieuw met Bacchino, die hun vaste fantino was geworden, aan de start.

Naast de toewijzing van de overwinning door de stad aan Onda, zien we dit bevestigd in een verslag van Oca waaruit blijkt dat de contradaioli zeer verbitterd waren omdat men boven hun hoofd had beslist om niet deel te nemen. Ze wilden geen eer betonen aan de winnende contrada. Op 15 juli 1671 betaalde Onda 33 lire aan Domenico da Barbarino als dank voor de geschonken overwinning nadat hij al 7 lire gekregen had.

Hieruit maken we op dat hij een voorafbetaling had gekregen van 7 lire en dat de rest pas volgde na een overwinning. In geschriften van de Santa Maria della Scala lezen we dat Chiocciola ook een premie kreeg. Of dit voor de mooiste comparsa was of omdat ze tweede werden is niet gespecificeerd.

19 giugno 1672

Deze Palio staat ook in een boek van de Biccherna. We vernemen daarin ook dat 17 juni de deadline was voor het presenteren van het paard. In opdracht van de heren Antonio Landucci en Fortunio Cinughi was de Conversazione del Casino gedwongen om geld aan te nemen van de Monte non Valicabile de Paschi aangezien de Cassa van de Casino geen geld meer had.

Van de vele initiatieven die werden ondernomen was het meest opvallende dat er op de dag van de Palio, 19 juni, tussen 20u00 en middernacht wijn uit het fontein op de Piazza spoot. Dit was eerder gebeurd in 1665 tijdens de viering van het pontificaat van Alexander VII waarvoor toen een Palio werd gelopen op 27 april.

In feite was een van de belangrijkste uitgaven van de organisatoren de kosten en arbeid die nodig waren om de waterleidingen van de Fonte Gaia te wijzigen. Hiervoor waren lood, tin, ijzer, zand, bakstenen en andere nodig lezen we op een ‘bestelbon’. Dit allemaal om 5 dagen wijn te laten spuiten uit een fontein…

Volgens een manuscript met herinneringen uit 1696 van de S. Maria della Scala waarin alle koersen tussen 1670 en 1696 kort worden opgesomd lezen we dat deze Palio niet gelopen werd door de contrade maar met 18 paarden. Het paard van Piombino won. Het is zeer waarschijnlijk dat dit het geval geweest moet zijn.

2 luglio 1672 – BRUCO ?

Volgens Gagliardi en Grassi vond deze Palio niet plaats omdat de afgevaardigden het nodige geld voor de organisatie zouden gebruikt hebben om een aantal damasten te kopen die rond het altaar Maggiore van de basiliek van Provenzano werden geplaatst.

Omwille van een lacune in het Archief van de S. Maria in Provenzano in deze periode is het niet mogelijk om de waarheidsgetrouwheid van deze verklaringen te controleren. Deze bevindingen zijn niet te achterhalen bij de Biccherna of in de verslagen van Oca (die altijd een paar dagen vóór 2 juli bijeenkwamen om een mogelijke deelname te definiëren). Hierdoor ontstaat de hypothese dat er in 1672 enkel in juni een Palio gereden werd.

Desondanks werd de Palio door de stad Siena wel aan Bruco toegekend. Zij zouden gewonnen hebben met Pavolino waarvoor ze een manuscript van de S.Maria della Scala gebruikten. Volgens Bandiera was het echter Mone die won. Bandini daarentegen schrijft dat de Palio gewonnen werd door Istrice al schrijft deze laatste de overwinning zichzelf niet toe.

18 giugno 1673 – BRUCO

De vierde Palio Straordinario van het decennium, ter ere van de familie Chigi, in dit geval kardinaal Flavio, de neef van Alexander VII. De Palio, die genegeerd wordt op de lijst der overwinningen van de gemeente wordt echter bevestigd door verschillende auteurs die de deelnme van Onda bevestigen. Daarnaast vinden we in een rapport van Oca de bevestiging van de overwinning van Bruco zonder echter de naam van de fantino te vermelden. De naam Mone, die genoemd wordt in de Numero Unico voor de overwinning van Bruco in 1996 is dus niet verifieerbaar.

Ook Macchi geeft een gedetailleerd verslag. Zo liepen er 9 contrade mee, waaronder de Contrada della Selva die een prachtige wagen hadden in de Corteo voor de koers met trompetten en violen. Lupa maakte een strijdwagen met een zwarte wolvin erin en veel gewapende mannen die er een prachtige show van maakten. Torre vertegenwoordigde zich met mannen te paard met speren, Onda koos voor mannen met zwaarden. De andere vijf Contrade waren te voet en waren prachtig gekleed. Tot slot bevestigde hij de overwinning van Bruco. Bruco had 120 jaar niet meer gewonnen zo werd gezegd in de stad. Hiermee drukte hij op een merkwaardige manier op het feit dat de Contrada al lang niet meer gewonnen had, iets waar in Siena mee gelachen werd. In werkelijkheid was het 52 jaar geleden dat Bruco de Bufalata van 8 september 1621 had gewonnen, veel minder lang dus dan waarmee de Sienesen de spot dreven.

La Villa di Cetinale

Kardinaal Flavio was in de laatste jaren van zijn leven fan van de contrade en de Palio. Dit resulteerde in de organisatie van een paardenkoers in het park van zijn Villa di Cetinale; zijn elegante en luxueuze residentie aan de voet van de Montagnola Senese. De villa werd gebouwd tussen 1676 en 1678 en was een project van de architect Carlo Fontana, leerling van Bernini.

De aan de winnaars van deze Palio’s toegekende prijzen waren meestal zilveren voorwerpen. De eerste van deze Palio’s vond plaats op 21 september 1679 en werd volgens verschillende bronnen gewonnen door Chiocciola. De laatste werd georganiseerd op 23 september 1692, dertien maanden vóór de dood van de Prins; deze werd gewonnen door Oca.

In 1701, na de overwinning in juli, liet Oca op haar kosten een Palio organiseren op 16 augustus. De in 1673 gewonnen prijs voor de Palio in de Villa van de familie Chigi werd geschonken aan de contrada die tweede aangekomen was.

2 luglio 1673 – OCA

Deze Palio werd erkend door de stad en toegewezen aan Oca. Dit wordt bevestigd door de Compagnia del Beato Ambrogio Sansedoni die schreven dat “de Palio, gereden met 8 contrade, gewonnen werd door Oca; de Masgalano ging naar Civetta die in de Corteo Storico verschenen met een opmerkelijk rijtje muzikanten waarvan 6 te paard”. Naast Oca waren er acht deelnemers waaronder Leocorno en Onda.

Dit werd ook bevestigd door een manuscript van de S. Maria della Scala maar vooral door een boek met verslagen van vergaderingen van Oca. Zij beschrijven de fantino “als iemand van de wijk, Simone genaamd, die zijn zweep zeer goed gebruikte waardoor ze ondanks het minder snelle paard de overwinning konden behalen. Viva Mone”. Dit is één ​​van de weinige Palio’s waarvan we de identiteit van de winnende jockey met grote zekerheid kennen.

Wat zijn achternaam betreft durven te denken dat het om “Mastacchi” gaat. Dit is de enige ‘Simone’ beschreven in de Stati delle Anime uit 1673 van de S. Antonio in Fontebranda. Hij was herbergier en werd, zo blijkt uit de Biccherna, geboren op 26 november 1631 en was zoon van molenaar Giovan Battista en Caterina Millefanti.

In 1673 was er een poging van sommige winkeliers in Via del Porrione, waarschijnlijk aangespoord door de inwoners van de naburige contrade, om zich af te splitsen van de Contrada della Torre. Deze laatste wendde zich tot de Balia om daar een bewijs te krijgen dat de strada di San Martino en andere zijstraten tot hun territorium behoorden. Om een einde te maken aan de controverse werden de heren Antonio Landucci en Giovan Battista Piccolomini benoemd. Zij moesten oordelen wie er in deze kwestie gelijk had. Ondanks al hun inspanningen was de wapenstilstand fragiel en werd deze, zoals we zullen zien, twee jaar later onderbroken, waardoor veel problemen ontstonden voor de organisatoren van de Palio.

2 luglio 1674 – OCA

1674 was het eerste jaar dat de Biccherna het woord “terra” gebruikte in plaats van “rena” om het type zand aan te duiden dat op de Piazza gelegd wordt voor de paardenkoers. Daarnaast vinden we in een manuscript van dezelfde Biccherna dat de Palio gewonnen werd door Oca, zonder vermelding van de winnende fantino. Bandiera, Comucci en Bandini geven Mone aan als winnaar, anderen spreken over Pavolino. Volgens Aurieri won Bruco, maar deze laatste schrijven hem zichzelf nog steeds niet toe.

Zeer ongebruikelijk in die tijd vond 2 dagen na de koers een vergadering plaats in Fontebranda. In de notulen werd vastgelegd dat de zojuist gewonnen kostbare voorwerpen niet konden worden verkocht. Ze spraken van een zilveren dienblad en snorhaar.

Een nobel initiatief dat echter al snel werd teniet gedaan. Een paar jaar later werd in grote meerderheid beslist om de prijs tot een ‘fatsoenlijke lamp’ te laten smelten. Daarnaast besloot Oca om de overwinning te vieren door een “overvloedige maaltijd te bereiden in de gevangenissen” om zo Macci te eren. De overwinning werd vrij sober gevierd als teken van rouw voor de pas overleden contradaiolo Giulio Gori Pannilini.

Zoals gemeld op 5 juli 1676 in een notitie van de Compagnia di Santo Stefano Protomartire had Nicchio een dienblad gekregen. Selva daarentegen had 10 scudi ontvangen van de Compagnia di S.Giovanni Battista als een soort subsidie om deel te nemen aan de koers.

2 luglio 1675 – annullato

Hoewel het zoals gebruikelijk was gepland, zijn we zeker dat er in 1675 geen Palio werd gereden. Volgens sommige bronnen gebeurde dit vanwege de gewelddadige vechtpartij die uitbrak tussen Lupa en Spadaforte ter hoogte van de finish. De toewijzing van de overwinning aan Lupa zou een reactie van Spadaforte hebben teweeggebracht. Deze laatste werden gesteund door contradaioli van de vijf andere contrade die vandaag de dag niet meer bestaan. Men heeft dan beslist om de Palio te annuleren alsof hij nooit gelopen zou zijn. In werkelijkheid waren de andere vijf onderdrukte Contrade in 1675 al enige tijd inactief en waren hun gebieden min of meer stilzwijgend opgenomen door de naburige contrade.

Volgens Comucci, die zich de versie van Flaminio Rossi eigen maakte, is de annulatie van de koers te vinden in een furieuze ruzie die uitbrak tussen Onda en Tartuca die resulteerde in het doden van een alfiere van Onda.

In de “Dichiarazione dei Pagli no corsi nella Piazza del Campo di Siena dal 1670″ die geschreven werd op het einde van de achttiende eeuw, is er sprake van een geschil tussen Onda en Spadaforte (deze laatste werd echter al Torre genoemd door de recencist van die tijd). Dit geschil ontstond de avond voor 2 juli bij de ‘toewijzing van de paarden’ op de Piazza del Mercato waar er ruzie gemaakt werd tussen de twee genoemde contrade. Wat begon met het over en weer zingen van liedjes eindigde in een vechtpartij. De ondaioli ontsnapten van de Piazza en werden zo uit het territorium van Torre gedreven. Ze waren in een kleiner aantal dan Torre en werden bijgestaan door verschillende andere contrade. De strijd zou iets weg gehad hebben van een ‘oorlog’ waarbij de toenmalige politie moest ingrijpen. Toen iedereen ietwat gekalmeerd was en naar huis trok werd het duidelijk dat er langs beide kanten veel gewonden waren. Onder hen ook een alfiere van Torre die stierf aan zijn verwondingen.

Na tussenkomst van het stadsbestuur en de vier heren van de Biccherna werd beslist om de Palio niet te rijden. De prijs werd aan de Maria Santissima di Provenzano geschonken waar het doek werd verwijderd toen men de koepel van de kerk bouwde in 1770.

Er is echter geen spoor te vinden van deze furieuze vechtpartij in verslagen van de politie. We hebben wel een manuscript van de secretaris van het S.A.S. die laconiek opmerkte dat “de Palio delle Contrade niet meer bestaat wegens een gebrek aan geld en harmonie”.

Het lijkt dus waarschijnlijker dat op 29 juni, ondanks het feit dat de paarden al waren toegewezen aan de Prato di Camollia en dat er al hekken en tribunes geplaatst waren rond de Piazza, dat er meningsverschillen waren tussen verschillende contrade die het niet vonden kunnen dat Spadaforte zou deelnemen aan de Palio. Deze werden, vooral door Torre niet meer beschouwd werden als een echte contrada.

Om rellen te voorkomen hadden alle deelnemende Contrade samen met de Balia besloten dat indien Spadaforte zou winnen ze de Palio niet zouden toegewezen krijgen omdat ze geen echte contrada meer waren. De eigenaars van de paarden besloten echter om hun paarden terug te trekken waardoor er geen Palio kon gelopen worden.

Deze drastische en vastberaden beslissing stelde niet alleen de Sienesen teleur maar ook “alle mensen van buitenaf die naar Siena gekomen waren om de Palio te zien”. Hieruit leiden we af dat de Palio een zekere bekendheid had verworven tot ver buiten de stadsmuren.

In andere geschriften lezen we dat Oca en Selva in geval van winst beloofden om de Palio te doneren aan de Compagnia di S. Giovanni Battista sotto il Duomo.

7 giugno 1676 – ONDA

Dit was de laatste Palio Straordinario opgedragen aan een lid van de Chigi-familie. In dit geval ter ere van de partner van prins Agostino, broer van paus Alexander VII. Wellicht afgeleid door omstandigheden werd de tekst van de resolutie niet gevolgd en schreef de kanselier Raspanti in de Biccherne dat de Palio georganiseerd werd voor de komst van Prins Chigi.

Hierdoor leek het alsof de Palio uiteindelijk niet werd gelopen wat dan weer tegengesproken werd door Gabriello Gabrielli, Camerlengo van Onda die in de late avond schreef : “… de Palio werd gelopen en onze Contrada won. De Palio werd twee maal gelopen en twee maal was ons paard eerste, de fantino werd 40 lire betaald door de Cappella zoals dat nog gebeurde wanneer de contrada won”.

De Palio was “gemaakt door Celso Bargaglio voor een koers met paarden op de Piazza en was een groene damascho met een rode fries”. Hij werd drie jaar later verkocht voor 18 scudi.

Waarschijnlijk werd hij gewonnen door Bacchino. Hij is officieel erkend door de gemeente en het lijkt erop, al wordt dit nergens bevestigd, dat dit de eerste keer is dat de paarden werden verloot. De paarden werden vanuit de Prato weggebracht via het Palazzo dei Diavoli naar een plaats die bekend stond als de Cappuccino; daar werden ze opgesteld en het paard dat als eerste opnieuw aan de Prato was werd uitgesloten van de keuze. De andere paarden werden verdeeld onder de deelnemende contrade.

Het manuscript van de S. Maria della Scala vertelt ons dat 12 Contrade de Palio liepen en dat deze twee maal werd gelopen omdat de eerste start niet geldig was. Ook Torre en Tartuca wonnen een prijs omdat ze een prachtige kar hadden gemaakt met het wapenschild van Casa Chigi.

Tartuca bewaard nog steeds een zilveren dienblad met daarop “Il ratto d’Europa”. Het is echter niet vast te stellen of dit verwijst naar deze koers of die van 2 juli van hetzelfde jaar. Ook Oca was één van de deelnemers aan de koers.

2 luglio 1676 – NICCHIO

De Palio is erkend door de gemeente en gewonnen door Nicchio, vermoedelijk met Bacchino, zoals blijkt uit de correspondentie van de Compagnia di Santo Stefano van 5 juli waarin werd besloten om van de Contrada “een vaas en een zilveren bokaal te aanvaarden die werd gewonnen op 2 juli ter gelegenheid van de op de Piazza gelopen Palio“. De Compagnia had de intentie om deze twee prijzen samen te voegen met de in 1674 gewonnen handschoen. De contrade wilde op deze manier eer betonen aan de kerk en het kruis en tegelijkertijd beloofde de Compagnia om alles uit te lenen aan de contrada op de dag van het feest van de heiligen Jacomo en Filippo.

Daarnaast werd vastgesteld dat de Compagnia alle schenkingen van de contrada moet tonen in zijn hoofdkerk en ze ter beschikking moet stellen van de contrada die ze op hun beurt weer aan hen moeten teruggeven. Hiermee verwijzen ze ook naar eerdere overwinningen : 1658, 1660, 1662, 1665, 1667 en 1676.

Een verdere bevestiging van het aantal successen dat Nicchio tot die dag heeft ontvangen vinden we in een manuscript van 17 juni 1677 waarin men schrijft dat men de schenking net als de vorige 6x keer wil doen aan de Compagnia.

Van deze Palio is het de moeite waard om eraan te herinneren dat Tartuca opnieuw “de prijs” gekregen had voor de mooiste kar tijdens de Corteo. Deze kar “vertegenwoordigde de triomf van de liefde met vele nimfen die gevangen gehouden werden door Venus”. Ook Oca nam opnieuw deel.

4 luglio 1677 – NICCHIO

In de algemene lijst der overwinningen van de gemeente zien we dat deze overwinning terecht aan Nicchio wordt gegeven. De Palio staat geregistreerd als betwist op 2 juli, maar de indicatie is zeker onjuist, zoals blijkt uit een Biccherna-resolutie. Omdat het feest van de Madonna van Provenzano traditioneel op de eerste zondag in juli werd gehouden, is het waarschijnlijk om de Palio deze keer te laten samenvallen met de verjaardag zelf.

Om te voldoen aan “de resolutie van 17 juni” werd ook deze prijs door Nicchio geschonken aan de Compagnia di Santo Stefano. Deze gaven de winnende fantino, wellicht Pavolino, tien scudi als dank.

Naast Oca nam ook Chiocciola deel aan de koers gezien ze de prijs hadden gewonnen voor de mooiste verschijning tijdens de Corteo. Hun prachtige wagen met Cupido werd geflankeerd door vele mannen te paard. Daarnaast hielden enkele figuranten drie papieren slakken vast.

2 luglio 1678 – TARTUCA ?

Palio toegewezen aan Tartuca door de stad, iets wat ook terug te vinden is in een manuscript van de S. Maria della Scala die eraan toevoegen dat de Palio gereden werd met 10 deelnemers, zonder te specificeren wie ze waren. Winnend fantino voor de Contrada van Castelvecchio was Pavolino. Andere historici zoals Bandiera, Bandini en Gagliardi wezen wederom op Mone.

Een anekdote vertelt dat Tartuca, in tegenstelling tot de gewoonte, de schaal die boven de drappellone hangt niet hebben teruggegeven aan de autoriteiten, waardoor ze de gebruikelijke verloning van 60 tolleri niet hebben ontvangen. Er werd toen beslist om de geldprijs enkel nog uit te betalen als de schaal werd teruggegeven.

Waarschijnlijk is ook dit een fantasie gezien het vrijwel zeker is dat er in 1678 geen Palii “alla tonda” werden gelopen omdat er geen bewijs is gevonden van beraadslagingen door de Biccherna of enige Contrada met de bedoeling om deel te nemen.

2 luglio 1679 – ONDA

Deze Palio, gemaakt uit “rode damascho met witte fries”, was de prijs voor een paardenrace op de Piazza, waaraan ook Oca deelnam, en werd door Onda gewonnen, waarschijnlijk vanwege de expertise van Bacchino zoals blijkt uit de annotatie: “Palio hauto”, geplaatst onderaan een pagina in de “Delibere e Memorie” en uit een rapport van 20 augustus van dezelfde Contrada van Malborghetto die de hypothese had om het te verkopen samen met degene die in 1676 werd gewonnen.

Het verzoek om erkenning is daarom in behandeling, en werd verworpen door de burgemeester op 15 september 1891 toen “na zorgvuldig onderzoek in het gemeentelijk archief […],geen bewijs werd gevonden van een koers in 1679 op de Piazza del Campo. Vittorio Emanuele was ook niet in staat om de overwinning te autoriseren omdat het archief pas vanaf het jaar 1692 start”.

Naast Onda, die naast zijn eigen memoires het manuscript van Antonio Aurieri, parochiepriester van S. Giovanni, als bewijs inbracht, schrijft ook Valdimontone de overwinning zichzelf toe. Hiervoor wordt een manuscript van een andere priester, Silvio Burgassi als bewijs aangebracht.

De gemeente registreert deze overwinning echter niet bij Onda, en zelfs niet bij Valdimontone, want met een besluit van 13 juli 1910 wijst het men er paradoxaal genoeg op dat de Palio van 2 juli 1679 niet werd gereden. Er werd in dat jaar enkel een race met buffels gelopen in Villa Cetinale die gewonnen werd (zonder echter te worden erkend) door de Contrada della Chiocciola. Uit het gegeven antwoord blijkt duidelijk dat de leden van de Giunta niet eens wisten dat de laatste bufalata op 6 november 1650 was betwist.

8 giugno 1680 – NICCHIO ?

Cosimo III Granduca di Toscana

Een manuscript van de S. Maria della Scala schrijft de overwinning aan Nicchio toe, daarnaast geven ze ook aan dat Onda een prijs zou hebben gekregen. Deze laatste uitspraak lijkt nogal ongebruikelijk, omdat het we in de archieven van Onda geen erkenning van ontvangst gevonden hebben alsook geen bevestiging van deelname aan de Palio. De gemeente erkent Nicchio de overwinning van een hypothetische Palio Straordinario die op 8 juni werd gehouden ter ere van Cosimo III, Groothertog van Toscane. Het is echter vrijwel zeker dat, zonder officiële bronnen en tegenstrijdige resoluties voor mogelijke deelname, dat er in 1680 alleen de gewone Palio van 2 juli werd gereden. Ook het dagboek van Macchi negeert deze overwinning die ook niet genoemd wordt door de Compagnia di Santo Stefano, die meestal zeer nauwkeurig en nauwgezet de overwinningen van Nicchio bijhield.

Aan de andere kant is het zeker dat op 22 september van dat jaar de vooraanstaande kardinaal Flavio Chigi in zijn Villa di Cetinale een Palio tussen Contrade van Siena had laten rijden die gewonnen werd door Bruco. Een paar uur na de koers, voor de Spetieria del Minucci, brak er een gewelddadige vechtpartij uit tussen enkele jongens en Michel Agnolo Buleri detto Il Trillo, wiens reactie op de Palio-winnaar aanstootgevend was.

2 luglio 1680 – ISTRICE ?

Palio die erkend werd door de gemeente aan Istrice die beweren te hebben gewonnen met Pavolino, terwijl het volgens Bandiera Monino was, de zoon van Mone. Gagliardi ontkent zelfs de uitvoering van deze koers, iets wat tegengesproken wordt door de Biccherna en door de resoluties van Oca en Onda die toezegden voor deelname. Hetzelfde geldt voor de Palio van 1659, die volgens Macchi niet door Istrice kan gewonnen zijn omdat hij specificeerde dat de Contrada van Camollia nooit vóór 1688 had gewonnen.

2 luglio 1681 – BRUCO ?

Ondanks dat alle bronnen, inclusief de officiële van de gemeente, Bruco als winnaar aangeven, zijn er tot op heden geen betrouwbare bronnen over deze Palio. Er is vreemd genoeg ook geen verslag van Oca over deelname aan deze Palio. Winnend fantino zou Granchio geweest zijn, al geven Bandiera en Gagliardi Pavolino aan.

Een anoniem achttiende-eeuws manuscript uit het Chigi Saracini-archief bevestigt de overwinning van Bruco met Granchio en geeft ook de deelnemende contrade weer : Montone, Tartuca, Chiocciola, Istrice, Onda, Giraffa, Oca, Pantera, Bruco, Civetta en Leocorno.

Voor de toekenning van de overwinning werd als geldig bewijs de Palio van september 1683 genomen waar men spreekt van een tabel met de overwinningen van Bruco. Hierin stonden twee overwinningen aangegeven van vóór 1685. Eén van die twee zou deze van 2 juli 1681 kunnen zijn.

Het is ook waarschijnlijk dat deze Palio enkele sporen heeft achtergelaten onder de Contrada-leden, want op 6 juli, rond één uur ‘s nachts (in onze huidige uren omgerekend 22.00 uur), brak er een geschil uit tussen Giuseppe Frosini van Onda en Girolamo Sottili van Tartuca wat ontaarde in een roekeloze tussenkomst van een derde persoon die zijn handen op zijn wapens legde. Hij verwondde Sottili ernstig. In het verslag van de Capitano di Giustizia vonden we een andere fout die in de loop der tijd gemaakt werd met betrekking tot de datum van de Palio di Cetinale.

Sommige teksten vermelden dat de koers gereden werd op de 23e, terwijl anderen spreken over 26 september 1681. We weten nu echter dat het op zondag 21 september was.

We nemen kennis van een proces dat in de rechtbank besproken werd: “… terugkerende uit de Cetinale op 21 september 1681 schreeuwde Giovanni Corti Legnaiolo met zijn andere metgezellen, die in Oca woonden, naar Matthia Bagnini Intagliatore van Chiocciola. Deze gooide Corti op de grond waarna hij verwond werd door een klap met een stok op zijn hoofd.

Helaas onthullen de proces verbalen niet wie de winnende contrada was. Sommigen spreken van Nicchio, anderen van Valdimontone.

28 giugno 1682 – DRAGO

Uit een zorgvuldig onderzoek in de archieven van de Biccherna blijkt dat de keuze om deze Palio te betwisten slechts enkele dagen voor de vastgestelde datum werd genomen. In een verslag van 6 juni werd enkel gesproken over de Palio van 2 juli.

Pas op 21 juni werd deze Straordinario voor het eerst genoemd in een verslag; 4 dagen voor de uiteindelijke beslissing van de Biccherna. Het was de heer Gio Batta Leonetti, inwoner van de Contrada del Drago die aangaf dat vele bewoners van de wijk de wens hadden om twee Palio’s te rijden. De ene ingericht door de Inclita Natione Alemanna ter ere van de geboorte van het tweede kind van de keizer, en de andere voor de Visitazione della Beatissima Vergine Maria, traditioneel gelopen op 2 juli.

Het was net Drago, die waarschijnlijk pas na 32 jaar opnieuw deelnamen, die een zilveren kom wonnen die vervolgens werd aangeboden aan de Compagnia di San Domenico in Campo Regio, die hem op hun beurt na een paar maanden verkochten.

De Contrada ontving subsidies van de Compagnia; deze waren nodig om te kunnen deelnemen aan de Palio. In ruil moest de gewonnen prijs aan de Compagnia gegeven worden. Deze was vrij om ze te behouden of te verkopen.

Ditzelfde gebeurde ook voor de gewonnen Palio’s van 1717, 1724 en 1729. Bij de volgende overwinning, op 2 juli 1738, werd elke relatie onderbroken, omdat de kapitein van Drago, Simon Pietro Contri, weigerde de prijs aan de Compagnia over te dragen. Hij verklaarde dat deze eigendom was van de inwoners van de contrada.

De gemeente erkent officieel de overwinning van 28 juni 1682 aan Drago. Deze werd misschien behaald door Pavolino of, zoals aangegeven door Bandini, door een zekere Piaggia. Andere protagonisten waren Oca en Tartuca. De overwinning van Drago werd op applaus onthaald door de Nazione Alemanna waarvan velen op het grondgebied van Drago woonden.

Voor zover we weten, was dit de enige keer dat de Contrade, die zich verzamelden in de Prato di S. Domenico de Piazza betraden vanuit de Chiasso Largo (gebruikelijk bij de bufalate) in plaats van de  Bocca del Casato.

2 luglio 1682 – TARTUCA ?

De Biccherna had bij het bekendmaken van de koers gesteld dat contrade die wilden deelnemen dit voor 20 juni moesten bevestigen. Na die datum werd niemand meer toegelaten. Dit bevestigt het feit dat de deelname aan de Palio vrijwillig was en bijgevolg het aantal deelnemende Contrade variabel was. Niet elke contrada kon immers de kosten dragen verbonden aan deelname aan de Corteo.

De uitvoering van deze Palio, die niet voorkomt in de lijst der overwinningen van de gemeente, wordt bevestigd door de memoires van La Compagnia di San Domenico en uit de archieven van Oca en Tartuca die hun deelname bevestigden voor beide Palio’s. Siena moet in die eerste zomerdagen ook getroffen zijn door een hevige storm gezien men tot twee maal toe het order gaf om zand op het plein aan te brengen.

We weten niet hoeveel en welke Contrade deelnamen; het kan dus niet worden uitgesloten dat het dezelfde waren als degenen die hadden besloten om op 28 juni deel te nemen. Ook de toekenning van de overwinning aan Tartuca met Bacchino is onzeker gezien er geen historisch bewijs van bestaat.

Bacchino, of Domenico (of Pier Domenico) Bacchini, was een inwoner van het Florentijnse grondgebied en woonde, nadat hij naar Siena was verhuisd, in een boerderij genaamd Il Lucarino, buiten Porta Tufi die eigendom was van de heer Agostino Franci.

8 giugno 1683 – NICCHIO

Zoals duidelijk wordt uit hun boekhouding, werd deze Palio Straordinario georganiseerd en betaald door de Signori della Conversazione del Casino voor het bezoek van de Prins van Toscane.

De gemeente schrijft de overwinning toe aan Bruco met Monco, ondanks het feit dat de hedendaagse Padre Dominicano Angiolo Maria Carapelli hen niet beschrijft in zijn manuscript geschreven tussen 1717 en 1720. Door zijn zorgvuldige beschrijving van de karren uit de Corteo komen we te weten dat Oca, Onda, Torre, Selva en Nicchio hebben deelgenomen, zonder dat hij de anderen uitsluit door hen niet te vernoemen.

Het succes van Nicchio, dat ook door Bandini en Macchi bevestigd wordt, wordt echter niet ondersteund door de Compagnia di Santo Stefano, maar eerder door de Libro delle Memorie van Valdimontone die ons in 1685 informeren dat de nicchiaioli de gewonnen Palio niet wilden schenken aan de kerk van Santo Stefano die gelegen was in Valdimontone. Nicchio wilde echter geld zodat ze een nieuw oratorium konden bouwen in de contrada della Pispini. De Palio werd verkocht aan contradaiolo Leoncini die hiermee zijn contrada steunde en alle kosten verbonden met de overwinning op zich nam en zo de bouw van de kerk steunde.

Er is geen spoor van deze Palio te vinden in de notulen van de Compagnia di Santo Stefano, die op 28 juli bijeenkwam. Ze verwijzen niet naar de recent behaalde overwinning, maar eerder naar de heimelijke verdwenen drappelloni die de contrada wilde doneren aan hun nieuwe oratorium.

Het is zeker dat de Palio op 8 juni werd gereden, omdat men sprak van een “mooi bal georganiseerd door Mr. Markies Zondadari na de plechtigheid in de Duomo. Morgen zal er een Palio op de Piazza gelopen worden in aanwezigheid van de Prins”.

Ook de pallonata wordt bevestigd door het College van Balia waar op 4 juni de aanwezigen werd gevraagd om fondsen te vinden omdat de Prins een Pallonata op de Piazza zou waarderen.

In dit verband informeert Macchi ons dat voor die gelegenheid de Terzo di Città, in het wit gekleed en die van San Martino in rode kleur, tegenover elkaar stonden. De Terzo di Città won.

Terugkomend op Palio, zien we dat Onda “de prijs won die bestond uit een zilveren handschoen met een gewicht van één pond en zeven ons”, gelijk aan ongeveer 650 gram. Zij hadden zich op de Piazza gepresenteerd om de gevangenisstraf van Turchi en Mori uit te beelden”.

8 settembre 1683 – BRUCO ?

Op 4 september vroegen de Vier Provveditori aan de Camarlenghi van de Terzi delle Masse om het zand naar de Piazza te brengen om een Palio te rijden ter ere van de Madonna di Provezano. Dit werd altijd, en nog, georganiseerd op 2 juli maar deze keer verwijst men in hun besluit naar de datum van 8 september. Waarom de stad altijd heeft volhard in de datum van 17 september is onduidelijk.

Veel ernstiger is echter de historische fout dat iemand deze koers wilde koppelen aan de overwinning van het christelijke leger (waaraan enkele Sienesen deelnamen) over het Ottomaanse leger dat Wenen belegerde. In werkelijkheid werden de Turken pas vier dagen nadat de Palio was gelopen definitief verslagen. Deze overwinning werd pas 2 jaar later gebruikt als reden voor een Palio Straordinario.

De onnauwkeurigheid van het nieuws dat we over deze koers kennen heeft ook gevolgen in de toekenning van de overwinning op de lijst van de stad. In plaats van de waarschijnlijke winnaar Bruco werd de overwinning toegekend aan Nicchio, winnaar van de Palio van juni.

Hoewel er geen onweerlegbaar bewijs is van de overwinning van Bruco vinden we in een gebouw in de Via del Comune wel een marmeren bord dat gekocht is met de opbrengsten van de verkoop van enkele prijzen, waaronder die van deze Palio.

Op deze plaat, zichtbaar aan de gevel van huidig nummer 32 zie we de initialen van Jezus, een kleine gekroonde rups en daaronder “AMDG (ad majoram Dei gloria), gekocht door de Contrada met opbrengsten van de overwinningen”. Tot slot ook “anno 1685”.

Hieruit kunnen we afleiden dat Bruco voor 1685 minstens 2 palio’s gewonnen had en dat de verkoop van de prijzen, samen met andere inkomsten dienden om de aankoop van het gebouw te bekostigen.

De akte werd op 4 december 1684 verleden door notaris Antonio Boccabelli van Montepescali. Uit de akte blijkt dat ‘de dochters en erfgenamen van mevrouw Carlo Pierucci een huis in Siena aan de Costa d’Or hebben verkocht voor de prijs van tweehonderdvijfendertig scudi.

Vandaag is het huis nog steeds eigendom van de Contrada. De kamers op de begane grond worden gebruikt als Economato, het appartement boven was tussen het einde van de negentiende eeuw en 1971 het hoofdkantoor van de Contrada.

Naast de Palio di Cetinale van 1680 en afgezien van die van 1653 (die niet in aanmerking komt) schrijft Bruco zichzelf volgende overwinningen in een Palio alla Tonda toe : 2 juli 1672, 2 juli 1681 en 8 september 1683 (deze zijn niet-verifieerbaar); daarnaast kennen ze zich ook de bewezen Palio van 18 juni 1673 toe. Gelet op al deze onzekerheden, lijkt het verzoek van de kanselier van Bruco op 17 juni 1881 om duidelijkheid te scheppen over de Palio’s van 1681, 1683 en 1687 niet zo ongegrond.

Het laconieke antwoord was dat het gemeentebestuur niet in staat was om alles wat vóór 1692 was gestaafd met documenten te bevestigen. Met zekerheid weten we, via de correspondentie van de Compagnia di San Giovanni Battista, dat Selva tweede werd en zijn prijs aan de congregatie schonk. Ook Onda was een van de deelnemers en misschien ook Lupa die de prijs wonnen voor de mooiste verschijning in de corteo.

2 luglio 1684

Als we rekening houden met de aankondiging van 28 juni van de Biccherna waarin ze de opdracht gaven aan de Camerlenghi de Terzi delle Masse om zand naar het plein te brengen zou je kunnen denken dat het feest had moeten plaatsvinden op de dag van de Visitazione van Maria.

Dit werd indirect bevestigd door een daaropvolgend bevel van 1 juli, waarin werd verwezen naar de onhandige poging van Istrice om het hen toegewezen paard terug te geven omdat dit ongeschikt werd geacht om het goed te doen.

Onder de deelnemers had, naast Torre, Istrice en Oca, ook Onda moeten staan, wiens dominee Antonio Serravalli, opmerkte “niet genoeg geld te hebben om de jockey en het paard te betalen, en dat het geld diende voor de Palio op de dag van de Visitazione. Er was niet genoeg geld verzameld om twee koersen te financieren”.

Daarom wordt aangenomen dat deze “twee koersen” gerelateerd waren aan enerzijds de traditionele Palio en anderzijds aan een koers met ezels net buiten de stadsmuren.

De plannen van de organisatoren werden plots verstoord door het onverwachte aankomst van de Prins, waardoor de paliesce-kalender op het laatste moment werd aangepast. De koers verschoof een week waardoor er op 2 juli geen Palio gereden werd.

9 luglio 1684 – TORRE ?

Als gevolg van de komst van prins Francesco Maria de ‘Medici naar Siena werd de Palio een week uitgesteld. De prins werd verondersteld aanwezig te zijn bij de ceremonie voor de Padri Carmelitani Scalzi della Chiesa Michele Arcangelo (Abbadia). Ook Macchi, die wederom nauwkeurig is met zijn info, bevestigt de nieuwe datum voor de Palio.

Onder de tien deelnemers zien we Oca, Torre, Istrice en Onda die fier waren dat zijn Protettore Don Agostino Chigi zich onder de toeschouwers bevond. De koers kende veel valpartijen waardoor er onduidelijkheid was om wie er gewonnen had. Zowel de stad als vele achttiende-eeuwse historici wijzen de overwinning aan Torre toe. Ze zijn het echter wel oneens over wie de winnende fantino was. Bandiera en Gagliardi geven Granchio aan als winnaar, andere Strega die echter pas in 1683 geboren zou zijn.

Op 31 december 1684 werd een overeenkomst getekend tussen Nicchio en de Compagnia di Santo Stefano voor de restitutie van alle Palio’s die aan het broederschap gegeven waren. Zo kwam er een einde aan alle geschillen tussen beide partijen. Het is misschien puur toeval maar nadat dit meningsverschil opgelost was heeft Nicchio tot 1731 moeten wachten op een nieuwe overwinning, waarschijnlijk omdat ze niet langer konden rekenen op de economische bijdrage van de Compagnia.

In september werd ook een Palio gelopen op de Cetinale gewonnen door Onda. Op 4 augustus 1686 besloot deze om de drappellone te verkopen ten gunste van hun Oratorium.

26 luglio 1685 – TARTUCA

Het is zeer waarschijnlijk dat om redenen die verband houden met de precaire gezondheidstoestand van de gouverneur Francesco Maria de Medici, de koers die gebruikelijk op 2 juli gelopen werd uitgesteld werd tot deze dag. Ook de Biccherna-resolutie van 18 juli bevestigd het uitstellen van de koers.

Die koers werd gereden op 26 juli, het feest van Sant’Anna en werd gewonnen door Tartuca. Zij gingen met twee kaarsen eer betonen in de S.Jacomo della Torre en de Chiesa di S.Anna. De kosten voor deze kaarsen zijn goed gedocumenteerd in het administratieboek van Tartuca. De kaarsen werden betaald op 29 juli aan Giuseppe Rapinsi.

Op dezelfde dag werd ook de eerste officiële bijeenkomst gehouden in het nieuwe oratorium waar beslist werd om de fantino te belonen met 12 piastre als dank voor de overwinning. Daarna werd er rondgegaan in de stad om te proberen via aalmoezen het geld terug te verdienen. Men slaagde erin om slechts 10 piastre bij elkaar te halen. Het verschil van 2 piastre (ongeveer 14 liras) werd door de kerk gedekt wat ook blijkt uit de uitgavenstaat van de kerk.

Helaas was het niet mogelijk om de naam van de fantino te weten te komen. Mone, zoals vermeld in sommige teksten, is niet erg betrouwbaar. Andere deelnemende Contrade waren Oca, Nicchio en Bruco die de masgalano gewonnen hadden. Bandiera en Gagliardi vermelden, net als de stad Siena deze Palio niet.

9 settembre 1685 – SELVA

Palio Straordinario, de eerste om een historische gebeurtenis te herdenken, werd ingericht om de overwinning van de Duitse prinsen te herdenken op de Turken in Wenen. Hieraan namen ook enkele leden van belangrijke Sienese families mee. Zo werd de Contrade ervan op de hoogte gesteld dat als ze aan de koers wilden deelnemen, ze zich vóór 4 september op de lijst moesten laten zetten omdat de paarden op 6 september werden verloot in de Prato di Camollia.

De datum van uitvoering van de Palio wordt ook bevestigd door de Compagnia di San Giovanni Battista, waardoor we ook vernemen dat Selva heeft gewonnen. Dit gebeurde in een schrijven 30 april 1690 waarin melding wordt gemaakt van de slechte conditie waarin de stoffen zich bevinden omdat ze herhaaldelijk blootgesteld werden aan vocht.

De Palio is erkend door de gemeente en bevestigd door de “Memorie del Valdimontone”. Het is echter niet duidelijk of het Pavolino was of Granchio zoals aangegeven door Bandiera en Gagliardi.

Via de Compagnia di San Domenico in Campo Regio weten we dat de l’Adunanza dell’Abitatori del Drago eiste dat de contrada een van de deelnemers was aan de komende koersen dat men ernaar streefde om de nodige fondsen te verzamelen. De contrada werd toegevoegd aan de andere deelnemers : Nicchio, Oca en Onda (die de masgalano wonnen aangeboden door de Duitse Heren en de prinsen van Liechtenstein).

Voor de gelegenheid stelde Biccherna de regel vast dat, zelfs als het door het lot toegekende paard een van de slechtste was, de Contrada verplicht was om op de Piazza te verschijnen. Hiermee suggereert men dat er in het verleden problemen moeten geweest zijn na de toewijzing.

In ieder geval had Valdimontone het beste paard onder de 13 deelnemers. De contradaioli waren uitgelaten. De nacht voor de koers werd het paard aangevallen waardoor het niet kon deelnemen. Wie dit gedaan heeft is niet geweten maar twee weken laten werd het vertrouwen in de wijk opnieuw hersteld nadat ze de Palio in Cetinale wonnen. De prijs verbonden aan deze koers werd op 21 oktober aangeboden aan de Chiesa di S.Gaetano van Nicchio met wie Valdimontone een zeer goede relatie had.

Over deze schenking was er een uitgebreid debat in de vergadering die de nicchiaioli op 23 mei 1686 hielden. Enerzijds over de houding van Valdimontone die men als erg terughoudend vond omdat ze de Palio niet echt wilden afstaan aan Nicchio, hoewel deze hun vaste fantino hadden uitgeleend en een som geld hadden gegeven.

28 luglio 1686 – GIRAFFA

De algemene lijst der overwinningen van de stad spreekt over de gebruikelijke 2 juli als datum van deze koers. In werkelijkheid werd de Palio, zonder de reden te weten, verplaatst naar 28 juli. Dit wordt bevestigd door de kanselier van de Biccherna die ook bekend maakte dat de paarden werden toegewezen op donderdag 25 juli. Zowel Tartuca als Chiocciola werden geweerd van deelname om verdere rellen te voorkomen die eerder waren uitgebroken tussen beide contrade omwille van onenigheid over een paard.

Een nieuwe verordening volgde de avond voor de koers. Hierin werd een einde gemaakt aan de smeekbeden van beide contrade. Ze mochten deelnemen op voorwaarde dat ze op de Piazza zouden komen met een niet gewapende comparsa. Ook Torre, alleaat van Tartuca kreeg dezelfde verplichting. Naast deze drie contrade namen ook Oca, Valdimontone en Nicchio deel. Deze laatste kwamen op 23 juni in de kerk van S.Gaetano bij elkaar om te stemmen over al dan niet deelname aan de Palio.

Giraffa won zoals bevestigd in het officiële register van de stad Siena en door de Compagnia del Suffragio die akkoord gingen met het voorstel van de Prior om de drappellone te kopen voor 20 scudi. Er is echter nergens een melding van wie de zegevierende fantino was, die officieel Pulcino blijft.

Volgens Bandini zou het Granchio geweest zijn, Gagliardi en Bandiera spreken van Bacchino die echter fantino van Onda was. Bacchino was de eerste fantino die zich aan een contrada verbond. Hij werd dus een heel jaar betaald door de wijk.

Ook werd dat jaar een Palio gehouden in Cetinale, deze werd gewonnen door Valdimontone die hem een paar maand later aan de Compagnia della SS.Trinità schonk. Zo konden ze de schuld aflossen die ze hadden bij een schilder die het beeld van de Heilige Maagd herschilderde op de gevel van de Piano dei Servi.

De eerder genoemde schilder was Francesco Franci die in zijn carrière als kunstenaar drie tabernakels uitvoerde waarvan er slechts één, de grote fresco bij de boog van Santa Lucia, vandaag nog bestaat.

De twee andere hebben de tand des tijds niet overleefd maar waren te vinden op de kruising tussen Via del Refe Nero en Via del Giglio en op de kruising tussen Via delle Cantine en Via dei Servi. Deze laatste werd op 13 juli 1686 ingehuldigd en in het begin van de twintigste eeuw vervangen door een reliëf met de afbeelding van de Madonna en het kind.

2 luglio 1687 – BRUCO ?

De kanselier van Biccherna Balestri en Bandini spreken niet over deze Palio. Er zijn ook geen verslagen van deelname van enige contrada. Bandiera, Comucci en Zazzeroni alsook de stad erkennen de overwinning door Bruco met Bacchino (deze zou volgens de Stato delle Anime di San Matteo ai Tufi ouder dan 40 geweest zijn).

Over fantini gesproken, 1687 is het jaar waarin Ruglia werd geboren. Ruglia (en niet Roglia), werd geboren in Florence op 4 april en verhuisde later naar Siena op het grondgebied van San Donato. Hij stierf in Florence, in het Santa Maria Nuova-ziekenhuis op 22 september 1719.

Zijn naam was Giovan Battista Papi, hij was een koetsier en zijn naam zal voor altijd bij blijven omdat hij op 16 augustus 1713 voor Tartuca de overwinning moest delen met Cappellaro, de fantino van Onda.

2 luglio 1688 – ISTRICE

Na drie jaar wordt er opnieuw op 2 juli gereden. Via een sonnet uit 1688 komen we te weten dat Istrice deze Palio won. De kwatrijnen onthullen Monco als fantino; in het tweede deel van het sonnet komen we te weten welke contrade er deelnamen : Valdimontone, Oca, Onda, Bruco, Chiocciola, Giraffa, Pantera, Torre, Lupa, Selva, Tartuca en Nicchio.

De deelname van Nicchio en Oca wordt bewezen door verslagen van beide contrade. Volgens Macchi was het de eerste overwinning van Istrice in een koers met paarden. Het sonnet wijst expliciet op Monco als overwinnend fantino terwijl Macchi spreekt over Berniccino da Prata, wiens familienaam Bernacci was. Het valt niet uit te sluiten dat Monco en Bernacci dezelfde persoon waren.

2 luglio 1689

Om onbekende redenen werd de Palio verplaatst naar 16 augustus, hoewel hij zoals gebruikelijk was gepland voor 2 juli. In aanvulling op de twee Biccherna-resoluties van 22 en 25 juni, waarin ook het soort prijs werd gespecificeerd, vinden we bevestiging van deelname van Drago “aan de Palio van 2 juli”.

Dit wijst erop dat de beslissing om de Palio uit te stellen plotseling was genomen en wellicht ook heel kort bij de dag van de koers. Er is ook geen resolutie te vinden om het zand weer af te voeren waardoor we kunnen aannemen dat dit net als in 1664 anderhalve maand is blijven liggen.

16 agosto 1689 – GIRAFFA

De reden waarom deze Palio, door de stad toegekend aan Giraffa, niet werd uitgevoerd in juli kennen we niet. De winnaar kennen we uit een privé-correspondentie op 18 augustus tussen Galgano Bichi en zijn moeder. “De Palio de Barberi werd maandag met 14 contrade gelopen en gewonnen door onze Giraffa“.

Dit succes werd op 28 augustus bezegeld door de Compagnia del Suffragio, die blij was om het geschenk ‘van de gewonnen Palio‘ te accepteren. Ze namen de verantwoordelijkheid op om de anonieme fantino 10 scudi te doneren.

Onder de Contrade die deelnamen zijn we zeker van Nicchio, Oca en Onda.

Zoals reeds vermeld, werd door de Biccherna geen vraag gesteld om de Piazza met aarde te bedekken omdat dit klaarblijkelijk nooit werd verwijderd na aangelegd geweest te zijn in afwachting van de Palio in juli.

2 luglio 1690 – CHIOCCIOLA

Camillo Parigini, 1690

Comucci, de algemene lijst van de gemeente en het manuscript van de S. Maria della Scala bevestigen ons de overwinning van Chiocciola. De definitieve bevestiging is te vinden in de brief die de heer Galgano Bichi op 5 juli aan zijn moeder stuurde: “Zondag liepen 12 Contrade de Palio die gewonnen werd door Chiocciola. Ik gaf de start van een prachtige koers”.

De toewijzing van de paarden vond plaats op 29 juni, op de gebruikelijke plaats buiten Porta Camollia”. Onder de deelnemers zien we Selva, zoals aangegeven door de Compagnia di San Giovanni Battista, Tartuca die aanwezig wilde zijn met een paard dat beschikbaar werd gesteld door twee leden van de wijk, Oca en Giraffa, die werden gefinancierd door de Compagnia del Suffragio (8 lire).

In een sonnet gewijd aan Alfonso Bandini spreekt met over het feit dat Chiocciola samenwerkte met Tartuca en Torre om de overwinning veilig te stellen. We herinneren er graag aan dat Chiocciola zich in het jaar ervoor aansloot bij de alliantie tussen Tartuca en Torre.

Gedurende de twee eeuwen die volgden, was de alliantie tussen Chiocciola en Tartuca bezaaid met rivaliteit, vooral om redenen die eigen zijn aan de Palio. De overeenkomst werd een eerste keer onderbroken tussen 1814 en 1820 en later voor een korte periode in 1847.

Er ontstonden pas echt ernstige meningsverschillen tussen de twee Contrade tijdens Risorgimento en aan het einde van de 19e eeuw. De aankondiging tot ontbinding van de aggregatie kwam er definitief in 1906 toe de rivaliteit al heerste. De alliantie tussen Chiocciola en Torre brak in 1972 en tussen Tartuca en Torre tussen 1930 en 1934 ten tijde van de T.O.N.O. (acroniem gevormd door de initialen van Tartuca, Onda, Nicchio, Oca).

2 luglio 1691 – PANTERA ?

Deze Palio, die door de gemeente wordt erkend als gewonnen door Pantera en bevestigd wordt door Bandini, is waarschijnlijk nooit gelopen, zonder enige vorm van documentatie. Volgens Bandiera, Gagliardi en Zazzeroni werd de Palio gewonnen door Giuseppe Galardi detto Pulcino maar ook bekend als Pelliccino.

Wat zeker is is dat op 15 augustus een Palio alla lunga werd gelopen zonder deelname van de contrade. Na deze koers brak er onrust uit waardoor deze koers een gerechtelijke nasleep achterliet.

Deze koers startte aan de Santuccio en kwam aan op de Piazza del Duomo. Degene die het zegevierende paard kon stoppen, had recht op een fooi. Die dag was het Domenico, de zoon van Giovanni, die het meest bekwaam was in het vangen van het paard. De bescheiden vergoeding was heel aantrekkelijk voor jonge mensen. Hij werd echter beschuldigd van een vechtpartij en opgepakt door de politie.

De politie sloeg de jongeman in elkaar en had er geen moeite mee om hun wapens op de menigte te richten die niet opgezet waren met hun harde aanpak. De vangst vond plaats in de buurt van de kathedraal waar we ook vandaag nog steeds de witte marmeren aankomstlijn op de grond zien staan. Het gebied rond de kerk was grondgebied van de kerk waardoor de zaak door het kerkelijk hof werd besproken.

Het is de moeite waard eraan te denken dat een soortgelijke gebeurtenis, maar met veel ernstiger gevolgen (één dode en 8 gewonden) plaatsvond op 15 augustus 1723 waardoor de Palio die de dag erna zou gelopen worden nooit werd betwist om veiligheidsredenen.

Ook in koersen die niet op de Piazza gereden werden waren de Contrade even graag aanwezig met een enorme wil om te winnen. Zo ook op 23 september 1691. Volgens Giovan Battista Leoncini, Camerlengo van Nicchio zouden verschillende inwoners van de wijk naar Villa di Cetinale getrokken zijn om de Palio te gaan bekijken. Deze werd onmiddellijk gedoneerd aan San Gaetano zodat ze een deel van de schulden konden afbetalen met het verkregen geld.


VERGELIJKING TUSSEN DE DOOR DE STAD OFFICIEEL ERKENDE – DE DOOR DE CONTRADE ZELF TOEGEWEZEN – EN DE DOOR DIT ONDERZOEK GECONTROLEERDE OVERWINNINGEN

  OVERWINNING DOOR DE STAD ERKEND OVERWINNING DIE DE WIJK ZICH TOEWIJST GECONTROLEERDE OVERWINNINGEN
15 agosto 1633 . Tartuca Tartuca
giugno 1634 . . .
1636 . . .
2 luglio 1638 . Tartuca .
2 luglio 1641 . Onda .
14 luglio 1641 . . Torre
9 maggio 1643 . Onda Onda
2 luglio 1643 . Tartuca .
14 luglio 1644 Oca Oca Oca
9 maggio 1645 Oca Oca Oca
2 luglio 1645 . Valdimontone .
9 maggio 1647 . . .
9 maggio 1648 Oca Oca Oca
6 novembre 1650 Drago Drago Drago
2 luglio 1651 Tartuca Tartuca .
2 luglio 1652 Torre Torre .
2 luglio 1653 Bruco Bruco .
2 luglio 1654 Valdimontone Chiocciola .
27 aprile 1655 Giraffa Giraffa .
2 luglio 1655 Oca Oca .
2 luglio 1656 Torre Torre Torre
2 luglio 1657 Torre Torre .
2 luglio 1658 Oca BrucoNicchioOca Nicchio
2 luglio 1659 Istrice Istrice .
16 agosto 1659 . . .
2 luglio 1660 Torre NicchioTorre Nicchio
2 luglio 1661 Chiocciola Chiocciola .
2 luglio 1662 Leocorno NicchioLeocorno Nicchio
2 luglio 1663 Valdimontone Valdimontone Valdimontone
3 giugno 1664 . Leocorno Leocorno
2 luglio 1664 Civetta Civetta .
5 ottobre 1664 . . .
31 maggio 1665 . . Nicchio
2 luglio 1665 Torre Torre .
2 luglio 1666 Nicchio LeocornoOnda Onda
2 luglio 1667 Leocorno LeocornoNicchio Nicchio
2 luglio 1668 Chiocciola Chiocciola .
2 luglio 1669 Istrice IstriceOnda Onda
2 luglio 1670 . Tartuca .
2 luglio 1671 Onda Onda Onda
19 giugno 1672 . . .
2 luglio 1672 Bruco Bruco .
18 giugno 1673 . Bruco Bruco
2 luglio 1673 Oca Oca Oca
2 luglio 1674 Oca Oca Oca
7 giugno 1676 Onda Onda Onda
2 luglio 1676 Nicchio Nicchio Nicchio
4 luglio 1677 Nicchio Nicchio Nicchio
2 luglio 1678 Tartuca Tartuca .
2 luglio 1679 . Onda Onda
8 giugno 1680 Nicchio . .
2 luglio 1680 Istrice Istrice .
2 luglio 1681 Bruco Bruco .
28 giugno 1682 Drago Drago Drago
2 luglio 1682 . Tartuca .
8 giugno 1683 Bruco BrucoNicchio Nicchio
8 settembre 1683 Nicchio Bruco .
9 luglio 1684 Torre Torre .
26 luglio 1685 . Tartuca Tartuca
9 settembre 1685 Selva Selva Selva
28 luglio 1686 Giraffa Giraffa Giraffa
2 luglio 1687 Bruco Bruco .
2 luglio 1688 Istrice Istrice Istrice
2 luglio 1689 . . .
16 agosto 1689 Giraffa Giraffa Giraffa
2 luglio 1690 Chiocciola Chiocciola Chiocciola
2 luglio 1691 Pantera Pantera .

Geconsulteerde archieven:

Archivio Arcivescovile di Siena
Archivio Conversazione del Casino dei Nobili
Archivio Comunale di Siena
Archivio di Stato di Firenze
Archivio di Stato di Siena
Archivio Chigi Saracini Siena
Archivio Contrada dell’Aquila
Archivio Contrada della Chiocciola
Archivio Contrada del Nicchio
Archivio Contrada dell’Oca
Archivio Contrada dell’Onda
Archivio Contrada della Tartuca
Archivio Contrada della Torre
Archivio Contrada del Valdimontone
Archivio Vescovile di Colle di Val d’Elsa
Biblioteca Comunale di Siena
Opera di Santa Maria del Fiore di Firenze
Sächsisches Landes Universität Bibliothek, Dresda, Germania

Met dank aan ilpalio.org

Laatste aanpassing : 14 november 2019