www.palio.be

dal Belgio con amore

Siena

Geschiedenis en kunst

Vele bezoekers van de site laten blijken dat hun belangstelling voor Siena verder gaat dan de Palio. En terecht. Siena is zonder meer de mooiste middeleeuwse stad ter wereld. Een oppervlakkige blik in om het even welk boek over algemene kunstgeschiedenis maakt duidelijk dat de Europese kunstgeschiedenis van de periode 1250 tot 1340 in grote mate de kunstgeschiedenis van Siena is. Sienese creaties van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst behoren tot de belangrijkste illustraties van die periode.siena skyline

Siena is gelegen op drie heuvels, met verrassende perspectieven, kronkelende en op- en neergaande straten en steegjes,  kerken en paleizen waarvan de interieurs smeken om bezocht te worden, een kunstpatrimonium van de allerhoogste kwaliteit en waar alles uiteindelijk samenkomt op de magische Piazza del Campo, de plaats van de Palio.

De Palio-Ervaring

Het is misschien niet de koers die het hem doet, maar het weergaloze decor dat bijna geschapen lijkt voor dit evenement en het eigenlijk niet is, en daar rond in het centrum de contrade met hun meestal middeleeuwse hoofdkwartieren en vaak half verborgen stallen op de meest verrassende plaatsen.

siena palio

Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat de voorkoer van  het geboortehuis, verbouwd tot een prachtig heiligdom, van de Heilige Catherina, patrones van Europa, fungeert als de plaats waar het paard van Oca wordt gewassen en uitgelopen na elke oefenrit. En wat moeten we denken van de vele prachtige middeleeuwse bronnen die als decor fungeren voor de feesten van contrade zoals de Fontebranda van Oca en de Fonte Nuova van Lupa. Bruco viert feest in een tuin, glooiend aangelegd naast de suggestieve middeleeuwse stadsomwalling. Drago zit verborgen in de kloostertuin van de imposante San Domenico en Selva op het adembenemende pleintje voor de Doopkapel onder het koor van de kathedraal. En wat denken van sommige hoofdkwartieren van contrade zoals de 12de eeuwse binnenkoer van Civetta in de Vicolo del Castellare waar zich ook hun stal bevindt, of, helemaal anders, het mooi gemoderniseerde interieur van het hoofdkwartier van Istrice. Of de stal van Giraffa naast en onder de barokke kerk van Provenzano en de stallen van Selva in de Vicolo delle Carrozze of van Aquila in de kleine Via dei Percennesi waar men een middeleeuwse ervaring opdoet zoals men in Europa zelden vindt. En wie maakt er nu toch een stal in een gedeconsacreerde barokke kapel of het moest Chiocciola zijn in de Cappella della Madonna del Rosario.  En waar ter wereld worden openluchtfeesten ingericht in kronkelende, op- en neergaande straten zoals in Torre en in Onda. En wie feest op een klein pleintje begrensd aan één zijde door een barok kerkje en aan de andere zijde door het oudste nog bestaande bankgebouw ter wereld zoals Civetta of het moest Giraffa zijn op het plein voor de kerk van Provenzano, dat zich prachtig ontplooit na een lange dalende straat. Aquila viert zijn overwinningen binnen het grandioze decor van de nooit voltooide hoofdbeuk van de Dom.

Kortom de integratie in het stedelijke decor van contrade en het gebruik van middeleeuwse straten, pleinen, paleizen is een essentieel onderdeel van de Palio-Ervaring en een voorbeeld van een totale maar hoogstaande esthetische vervreemding.

Hier  volgt een geschiedenis van Siena met veel aandacht voor de culturele en artistieke prestaties, en apart een beknopte toeristische gids voor wie iets meer wil zien van deze stad. Tot slot volgt er ook een culinaire gids, met tips voor restaurants e.a. bars, culinaire bedenkingen en een inleiding tot de wijnen van de Provincie Siena.

LIGGING – DEMOGRAFIE – KLIMAAT – ISOLEMENT – LANDSCHAPPEN

Siena ligt op drie heuvels en is een stenen stad met in het centrum alleen maar groen aan de rand van de oude stadsomwallingen, in het centrum van Toscane, ongeveer 70 km. ten zuiden van Firenze. Het is de hoofdstad van een gelijknamige provincie in de grotere regio Toscane. Bij de laatste volkstelling van 2011 telde Siena 52.839 inwoners, waarbij ca. 6.000 tijdelijke verblijfhouders mogen gevoegd worden, hoofdzakelijk studenten en een groep kaderpersoneel van de lokale bank. Dit is een merkelijke achteruitgang tov de telling van 1971 toen de stad nog  65.634 inwoners had. De verklaring hiervoor is de buitengewone stijging van de prijs van het vastgoed door de uitbreidingen van bank en universiteit, niet alleen wat betreft tijdelijke inwoners maar ook door de grote en dure ruimten die deze instellingen innemen in het centrum van de stad. Bovendien heeft Siena een groter en duurder winkelcentrum ontwikkeld, zeker in vergelijking met het zeer  provinciale karakter van de stad tot ver in de jaren ’80 van de 20ste eeuw.

Het klimaat is zuiders aangenaam, niet te koud in de winter, doorgaans zeer warm  in de zomer maar soms met een stevige verfrissende wind, zeer aangenaam in de herfst op de klassieke regenbuien na die pieken tussen einde oktober en begin december.

Toen men in 1964 begon aan de aanleg van de Autostrada del Sole, ging men van Firenze niet over Siena naar Rome, zoals de middeleeuwse Via Francigena deed, maar koos men voor een grote bocht over Arezzo. Het heeft bijgedragen tot een zeker isolement in de 20ste eeuw. Men klaagt nog altijd in Siena over de ontoereikende, lees te smalle en kwaliteitsarme verbindingen met Firenze, de autostrada del Sole en het zuiden van de provincie. Er wordt sedert enkele jaren aan gewerkt.  Anderzijds heeft het isolement Siena allicht behoed voor vele “zegeningen” van de moderne tijd.

Tenslotte is de stad omringd door prachtige en gevarieerde landschappen : de heerlijke Chiantiheuvels naar het noorden in de richting van Castellina in Chianti en naar het oosten in de richting van Castelnuovo Berardenga en Gaiole in Chianti, de melancholische Montagnola in het westen en de unieke Crete in het zuiden.

Strade Bianche 2012 - Gaiole in Chianti - foto RB/Cor Vos ©2012

Strade Bianche 2012 – Gaiole in Chianti – foto Cor Vos

Het is geen toeval dat na amper enkele edities de “Strade Bianche” van begin maart  een nieuw fenomeen is geworden in de wielersport, en dat commentatoren bijna eisen dat de koers wordt erkend als een nieuwe “klassieker”. Na een tocht door een formidabel competitief terrein in Le Crete, vaak over verharde witte zandwegen vandaar  “Strade Bianche” en met steile hellingen, en een dodelijke finale klim via Fontebranda naar het centrum komt de wedstrijd aan op de Piazza del Campo. Italiaanse vrienden verzekerden me dat men tijdens de editie 2016 in de hotels, restaurants en straten van Siena meer Vlaams hoorde dan Italiaans.

En dat voor een koers waarvan onze webmaster in 2008 als bevoorrechte getuige van de tweede editie vaststelde dat er amper volk stond op de Piazza. De koers werd toen nog de Monte Paschi Eroica genoemd en gewonnen door Fabian Cancellara. De Strade Bianche zijn ontstaan uit een amateurwedstrijd, de zogenaamde L’ Eroica  met start in Gaiole in Chianti, waarvan op 2 oktober de 20ste editie wordt verreden. L’ Eroica is een wedstrijd voor amateurs op fietsen van voor 1997 (vandaar dat heroïsche) over 209,1 km, doorheen het mooiste landschap van Italië in vijf delen : de zuidelijke Chianti, de Val’ d Arbia vlak bij Siena, Le Crete die Siena, de Val d’ Orcia rond Pienza en tenslotte Montalcino.

Mi raccomando :  niet te veel rondkijken naar dit adembenemend landschap in elk seizoen, maar steeds naar weg en stuur kijken.

Echte amateurs kunnen het parcours het gehele jaar berijden. Er staan liefst 90 richtingaanwijzers en 80 borden met kilometeraanduiding langs de weg “L’ Eroica – Percorso Cicloturistico”.

Op het toeristisch bureau van Siena op de Piazza del Campo en dat van Terre di Siena op de Piazza del Duomo vind je info, evenals op de internetsites van L’ Eroica  en Terredisiena en opvakantienaartoscane.info.

 

GESCHIEDENIS
DEEL I – ETRUSKEN en ROMEINEN

Archeologische vondsten tonen aan dat Siena een Etruskische stichting was met de naam Saina of Seina. De legende over de oorsprong van de stad vertelt natuurlijk een ander verhaal. Romulus, mede- stichter van Rome, stuurde twee kapiteins naar Siena om daar af te rekenen met Ascanius en Senius (vandaar Siena), zonen van zijn broer Remus,  die hij reeds had vermoord in de strijd om het koningschap. Bijgevolg verschijnt  de Romeinse wolvin in de vlag en op vele gedenkstenen in Siena  als dochterstad van Rome. Het staat echter wel vast dat  keizer Augustus er een kleine Romeinse militaire kolonie heeft gesticht, gekend als  Saena Iulia.

DEEL  II – De  MIDDELEEUWEN

Van de Val van het Romeinse Rijk over de Duistere  Middeleeuwen naar een Europese Hoofdstad

Na de val van het Romeinse Rijk volgde er een duistere periode waarin Siena eerst werd veroverd door de Longobarden en vervolgens door de Franken van Karel de Grote, die regeerde via een keizerlijke graaf. In de 10de eeuw begon er in Italië een bescheiden heropleving van handel en, niet te onderschatten, van pelgrimstochten naar Rome. Siena lag precies op de beroemde pelgrimsweg  Via Francigena  die van Canterbury in Engeland over Frankrijk en Zwitserland via de Toscaanse kust en het binnenland naar Rome liep.

In de loop van de 12de eeuw namen Firenze en Siena in Toscane het commando over van Pisa en Lucca als belangrijkste handelssteden. Siena werd meer dan een onafhankelijke stad, het werd een stadsstaat, een republiek onder leiding van aristocratische consoli, na verovering van een gebied dat een groot deel omvatte van de Chianti en meer noordoostelijk San Gimignano, en ook ver naar het zuiden ging tot aan Massa Marittima. De feodale adel in hun versterkte kastelen onderwierp zich aan de Sienese Comune.

In 1240 werd het Ateneo of de universiteit van Siena opgericht, als één der oudste van Europa, met 2 faculteiten, geneeskunde en recht. Ondertussen is het een full universiteit geworden met afdelingen buiten de stad en tot ver in de provincie. Een interessante afgeleide ervan is de zogenaamde Università per Stranieri waarin zomercursussen Italiaanse Taal en Cultuur worden gegeven, gevolgd door o.a. de beheerder van deze site en zijn  eerste, aandachtige en kritische lezer.

La Grande Tavola

In de 13de eeuw werd de Sienese familie Bonsignori  beschouwd als de grootste bank van Europa, en respectvol La Grande Tavola  genoemd of De Grote Tafel, vermits bancaire activiteiten toen in openlucht werden uitgevoerd, gezeten aan een Tavola of Tafel  of ook wel Banca genoemd vandaar Bank. Zij waren de ongekroonde koningen van de grootste internationale jaarmarkten van de middeleeuwen in de Champagne. Toen Orlando Bonsignori overleed in 1273 ging het snel bergaf en in 1301 ging de bank failliet, o.a. onder druk van Florentijnse concurrenten. Een eerste grote financiële schokgolf ging door Europa. Andere Sienese bankiers zoals Salimbeni en Tolomei namen over. Deze laatsten waren de bankiers van o.a. Philips de Schone, koning van Frankrijk, die we kennen van de Guldensporenslag. Maar het gouden moment van Siena was voorbij. De nieuwe generatie Florentijnse bankiers o.l.v. de Bardi en Peruzzi namen de macht over in de Europese financiële wereld tot ook zij failliet gingen door excessieve leningen aan de koning van Engeland.

Welfen en Ghibellijnen : de Slag van Montaperti – 1260

De relatie met Firenze was immers steeds zeer conflictrijk. Middeleeuws Italië was verdeeld in twee grote politiek kampen : de Welfen die pausgezind waren, d.w.z de paus als ultieme heerser van Italië, en de Ghibellijnen die keizersgezind waren. Beide partijen hadden ook een sluwe, zelfs diabolische achterliggende gedachte : de Welfen meenden dat de paus immers te zwak was om zich te kunnen bemoeien met de steden die sterk aan hun autonomie gehecht waren, en de Ghibellijnen vonden het wel fijn dat hun feodale vorst, de Duitse Keizer, in Duitsland zat, dwz te ver om zich echt te kunnen bemoeien met Italiaanse aangelegenheden. Firenze was Welfisch, Guelfa in het italiaans, en Siena Ghibbelijns of Ghibellina.

Monument Montaperti

En op 4 september 1260 vond een grote veldslag plaats in het gehucht Montaperti op luttele kilometers van Siena tussen een Welfische leger olv Firenze, met steun van vele Italiaanse steden en stadstaten, en een Ghibellijns leger olv Siena, gesteund door Manfred van Schwaben, koning van Sicilië en een klein Duits leger. De slag, groot naar middeleeuwse begrippen met 33.000 Welfen en 20.000 Ghibellijnen, eindigde op een eclatante overwinning van Siena en grote paniek in Welfisch Italië, zodanig dat paus Alexander IV op 18 november 1260 alle aanhangers van koning Manfred, dus ook alle Sienezen, excommuniceerde. De Sienese bankiers en handelaars begonnen dit vooral in hun portefeuille te voelen want dit was bijna een vrijgeleide voor bankiers en handelaars in geheel  Europa om hun schulden niet meer te voldoen. Het tij keerde en in 1269 leden de Ghibbelijnen een zware nederlaag tegen de Welfen in de slag van Colle Val d’ Elsa. Het is verbazingwekkend hoe ook vandaag dit conflict nog leeft. Op 4 september gaan Sienese schoolkinderen en contrade bloemen leggen aan de gedenkheuvel van Montaperti. En toen Siena en Fiorentina voor het eerst na vele vele jaren in het seizoen 2004-2005 een derby tegen mekaar moesten spelen in de serie A werden de supporters van Firenze voor de wedstrijd in Siena vergast op een gigantische spandoek “MONTAPERTI 1260” waarop de  supporters van Siena tijdens de terugwedstrijd in Firenze werden vergast op een even gigantische spandoek “COLLE  1269”. Voetbalrivaliteit op zijn grappigst en best.

I Nove of de Negen Heren en de Schepping van het Mooiste Plein van de Wereld

Piazza del Campo

In deze periode werd het Siena gebouwd zoals we dat tot op heden kennen. In 1287 werd het stadsbestuur olv de consoli en gecontroleerd door de aristocratische “magnati”, de rijkste en meestal adellijke families, afgelost door een meer democratische bestuur, waarbij meer sociale middenklassen werden betrokken. Er bestond geen democratie zoals wij die nu kennen maar Siena is er toen allicht het dichtste bij geweest in de Europese geschiedenis met een bestuur gekozen uit handelaars en bankiers, en zelfs sommige winkeliers en ambachtslui. Het bestuur lag bij  I Nove  of  De Negen Heren, burgers die werden verkozen om telkens gedurende 6 maanden de stad te besturen en die het stadhuis zelfs niet mochten verlaten. De Sienezen hadden ook gevoel voor humor want naast de magnati werden advocaten en notarissen uitgesloten van verkiesbaarheid “wegens te gevaarlijk voor het goed functioneren van het bestuur”. De Negen kochten kort voor 1300 huizen en gronden rond de Campo, een weide in het centrum, met als doel een nieuw stadscentrum aan te leggen, de Piazza del Campo, begrensd door het Palazzo Comunale en de Torre della Mangia aan één zijde en Palazzo Sansedoni schuin aan de overzijde en sterk gelijkend op het stadhuis zoals voorgeschreven door de strenge  urbanisatiewetten (toen al) die vensters met één of twee deel zuiltjes verplichtten en terrassen verboden.

Palazzo Pubblico

Tussen 1297 en 1310 werd het Palazzo Pubblico of Comunale of Stadhuis gebouwd, met aan de achterzijde de grote loggia van waaruit de Negen Heren s’ avonds een luchtje konden scheppen en mijmeren over hun stad. Tussen 1325 en 1348 werd de slanke, vrouwelijke Torre del  Mangia gebouwd  (tov de mannelijke toren van het Palazzo Vecchio in Firenze), 102 meter hoog en tweede   hoogste van Italië. In 1333-1334 werd de unieke piazza voltooid, verdeeld in negen delen, soms vergeleken met een waaier of de beschermende mantel van de Madonna, beschermvrouw van Siena, maar eigenlijk symbolisch voor de Negen Heren die de stad bestuurden. In 1339 voltooiden de Sansedoni hun groot paleis aan de overkant.

De Duomo : een megalomane Droom verstoord door de Zwarte Dood

Il Duomo

En men had nog grootsere plannen. Tussen vermoedelijk 1150 en 1317 werd de dom van Siena gebouwd zoals we die van dag kennen, op het dak van een vroegere kerk van vermoedelijk de 9de eeuw. De werken werden versneld uitgevoerd vanaf  het midden van de 13de eeuw. In 1317 besliste men tot een verlenging van de bestaande kerk met een nieuw koor dat zou gebouwd worden op het dak van een Battistero of doopkapel die in het oosten onder en aan de voet van de bestaande kerk was gebouwd, nu te bereiken via een brede, steile maar vooral prachtige trap. Maar toen dit project was voltooid, stelde men vast dat de kerk toch te klein was.  Bovendien hadden die vervloekte  Florentijnse rivalen beslist de grootste kerk van de christenheid te bouwen, dus mocht Siena niet achterblijven. In 1339 besliste men dat de bestaande kerk het transept of de dwarsbeuk zou worden van een  nieuwe kerk, door de aanbouw van een nieuwe grote en weidse middenbeuk, en de werken begonnen onmiddellijk.

Battistero

In 1343 ontwikkelde zich in Centraal-Azië een zoveelste pestepidemie, die in oktober 1347 Sicilië bereikte aan boord van schepen via vlooien die op ratten leefden, en in het voorjaar van 1348 Toscane via de haven van Pisa. De Zwarte Dood verspreidde zich letterlijk aan een moordend tempo over de gehele wereld. Naar schatting tussen 75.000.000 en 150.000.000 mensen stierven in Europa en Azië in de periode 1346 en 1353, dwz  tussen 40 en 60 % van de bevolking. Het was de grootste van de vele pestepidemies die tot de 17de eeuw Europa zouden teisteren. Pas toen zou de wereldbevolking terug het  pre-pestniveau bereiken. In de vroege zomer 1348 bereikte de ziekte Siena en men schat dat op 6 weken minstens 40 % van de bevolking is overleden, en men sluit niet uit dat het zelfs 60 % zou geweest zijn zoals in Firenze. Het was niet het einde van Siena maar de formidabele dynamiek was uit de stad gezogen. De werken aan de nieuwe kathedraal werden definitief stilgelegd en nooit hervat. Vandaag getuigt het  indrukwekkend skelet van de nieuwe hoofdbeuk van het heroïsche plan van de Sienezen : hoge witte muren met gotische vensters maar zonder dak.

Het Ospedale Santa Maria della Scala

Santa Maria Della Scala

De oudste vermelding van het Ospedale Santa Maria della Scala dateert van 1090 maar het was allicht reeds ouder. Het was een hospitaal, een opvangcentrum voor armen en verlaten kinderen en voor pelgrims die langs de Via Francigena naar Rome trokken. In 1320-1330 werd het hospitaal verbouwd en vergroot en was één van de oudste en allicht het grootste van de middeleeuwen. De Santa Maria della Scala werd steeds maar rijker door allerlei schenkingen en was in de 14de een 15de eeuw de belangrijkste grootgrondbezitter van de republiek met boerderijen, opvangcentra en zelfs kastelen verspreid over het gehele gebied gecontroleerd door Siena.

Siena domineert de schilderkunst van Europa

Omstreeks  1270 ontstond in Firenze de nieuwe Europese schilderkunst via Cimabue en zijn geniale leerling Giotto. Siena vond een antwoord in de formidabele Duccio di Buoninsegna  (ca. 1255 – 1319). Duccio bleef  nochtans meer als Giotto beïnvloed door de Byzantijnse meesters en koos voor een soepele, dynamische lijnvoering en een uiterst raffinement (Vergelijk zijn Maestà of Tronende Madonna in het Uffizi-museum in Firenze met die van Giotto die krachtiger en plastischer is). In  1311 werd zijn grote Maestà, een tronende Madonna tussen heiligen en engelen, en met tientalle schitterende kleine panelen met het Leven van Christus, in triomf doorheen de straten van Siena gedragen vanuit zijn atelier naar de Duomo. Vandaag kunnen we ze bewonderen in het Museo dell’ Opera del Duomo (Museum met de kunstschatten uit de Duomo), dat is ingepast in het skelet van de nooit voltooide hoofdbeuk van de kerk. In het museum zelf kan men via een steile trap een balustrade bereiken op één van de muren van het skelet en beloond worden met een adembenemend zicht op de stad en het omringend landschap.

Giotto bleek in Firenze opgevolgd te worden door enkele goede maar geen uitzonderlijke schilders. Die waren er wel in Siena, dat gedurende bijna 50 jaar de Europese schilderkunst domineerde, vaak met een meer plastische stijl als Duccio en steeds geraffineerder als de Florentijnen.

Duccio werd eerst  opgevolgd door Simone Martini  (1284-1344), van wie we fresco’s kunnen  bewonderen in het Palazzo Comunale, en daarna de gebroeders Pietro (ca. 1280-1348) en Ambrogio Lorenzetti (ca. 1290-1348). Beiden overleden aan de pest. Van Ambrogio is het testament bewaard van 9 juni 1348 waarin hij al zijn goederen overmaakte aan een religieuze broederschap want hij wist dat niet alleen hij maar ook zijn vrouw en drie dochters elk ogenblik konden overlijden.

Ambrogio is de meester van wat het eerste maar mogelijk ook het belangrijkste politieke kunstwerk is van de gehele kunstgeschiedenis. In 1338-1339 schilderde hij in opdracht van De Negen in hun Raadzaal van het Stadhuis op drie muren over een totaal van 35 meter de zogenaamde Allegorie van het Goede Bewind, de Allegorie van de Gevolgen van het Goede Bewind in de Stad en op het Platteland en de Allegorie van de Gevolgen van het Slechte Bewind in de Stad en op het Platteland.   De eerste fresco op de achterwand van de zaal toont de stadsbestuurders omringd door allerlei Deugden die hen bijstaan in hun werk, een mooi maar eerder theoretisch werk. Maar aan de rechterzijde verbaast Ambrogio door een wonderbaarlijke panoramische en levendige voorstelling van Siena en het omliggende platteland waarin allerlei activiteiten plaatsvinden, die getuigen van vrede en voorspoed en vooruitgang. We krijgen een unieke inkijk in de toenmalige maatschappij  met scholen, werkplaatsen, bouwactiviteiten, handel, transport, landbouw, jacht en visvangst. Het landschap buiten de stad is nog hetzelfde als dat van vandaag. Aan de overzijde roof, moord, brandstichting en verkrachting. Deze fresco is echter zwaar beschadigd. Er ontbreken grote fragmenten maar toch vind je hier enkele indringende scènes met o.a. de symbolische voorstelling van allerlei ondeugden. Het is zonder meer een geniaal propagandakunstwerk voor het Bewind van de Negen.

Effetti del Buon Governo – Ambrogio Lorenzetti

Na de Zwarte Dood had Siena nog talrijke verfijnde, soms goede maar eerder ongeïnspireerde meesters. Ook op artistiek gebied was de dynamiek verdwenen.

De Val van de Negen en het Bewind van de Twaalf

En ook aan het verlichte bewind van de Negen kwam een einde. Enerzijds waren er beschuldigingen van corruptie en wanbeheer, maar de Negen waren vooral onmachtig tegen een golf van wanorde,  geweld, brandstichting en moord in de jaren na de Zwarte Dood. De “magnati” zoals Tolomei en Salimbeni bestreden het stadsbesuur en vochten onder mekaar. Dreigende hongersnood werd bestreden via hogere belastingen om voedsel te kunnen kopen. Er was een vertraging van internationale handel en bankieren, en roversbenden van huurlingen trokken door het platteland.  Op 25 maart 1355 werd het volledige stadsbestuur, inclusief de rechterlijke, financiële en militaire verantwoordelijken verjaagd door het gepeupel met steun van magnati, en vervangen door I Dodici of De Twaalf, dwz 12 vertegenwoordigers van het volk en terug 12 edellieden, die vreemd genoeg de bestuurlijke principes van de afgezette Negen handhaafden.

Historici zijn zeer mild voor De Negen en beschouwen hun bewind als harmonieus, rustig en toch dynamisch, origineel en vernieuwend door de nadruk die ze legden op het formaliseren  van hun beslissingen in vaste regels, wat verre van evident was in die tijd. Kortom, het was een korte periode van Buon Governo, waarvan Ambrogio Lorenzetti de idealen had geregistreerd.

DEEL III – Van de LATE MIDDELEEUWEN over de RENAISSANCE tot de 19de EEUW

Stad van Heiligen en Pausen   

Siena was een stad van vele heiligen. De belangrijkste was de heilige Catherina (1347-1380). In 1309 verliet de Franse paus Clemens V Rome en trok naar Avignon tot groot ongenoegen van de Italianen om religieuze maar ook om financiële redenen. Rome trok jaarlijks honderdduizenden pelgrims aan die trouwens Siena passeerden langs de Via Francigena.

Santa Caterina – San Domenico-kerk

In 1375 had Catherina de stigmata of wonden van Christus gekregen in Pisa en een jaar later ging ze naar Avignon en beval paus Gregorius XI terug te keren naar Rome. Telkens ze haar zin niet kreeg riep ze met schrille stem “Voglio” of “Ik wil het” en het werkte. De paus ging terug waarop de kardinalen prompt een nieuwe paus kozen en het zogenaamde Westerse Schisma begon, een periode met pausen en tegenpausen. Zij werd tot patrones van Europa verkozen. In de San Domenicokerk aan de rand van de stad kunnen liefhebbers haar relatief goed bewaard  hoofd gaan bekijken.

De tweede bekende heilige was Bernardino (1380-1444), een boeteprediker die de massa op pleinen de stuipen op het lijf kon jagen met zijn donderpreken tegen de verleidingen van het vlees.

Liefst vier Sienezen zijn paus geworden.

In 1159 werd Orlando Bandinelli (ca. 1105-1181) de eerste Sieneze paus als Alexander III. Hij moest zich verzetten tegen de Duitse Keizer Frederik Barbarossa die meer invloed wilde hebben in Italië ten koste van de paus. De opkomende Noorditaliaanse steden verenigden zich in de Lombardische Liga, wensten geen keizerlijke bemoeienis en steunden Alexander. Hier werd de kiem gelegd voor het grote interne Italiaanse conflict tussen pausgezinde Welfen en keizersgezinde Ghibellijnen. (Lees de Geschiedenis van Siena, meer bepaald over de Slag van Montaperti en merk op dat Alexander’s geboortestad keizersgezind was). In 1177 moest de keizer in Venetië voor de paus knielen en zich onderwerpen. Uit dankbaarheid stichtten de Lombarden een nieuwe fortstad die ze Alessandria noemden.

In 1458 werd Enea Silvio Piccolomini (1405-1464) de tweede Sienese paus als Pius II. Hij was een man van de wereld die in zijn jeugd licht pornografische gedichten schreef en die bekend is gebleven om twee redenen, één nu bijna vergeten en één voor de eeuwigheid. In 1456 viel Constantinopel en werd Istanboel. Pius II schreef een brief aan sultan Mehmet II en vroeg hem de Islam af te zweren en het christendom te omhelzen, voorwaarden om christelijk  keizer van Constantinopel te worden. De sultan heeft niet geantwoord. Pius II ijverde ook als laatste paus voor een kruistocht om het Heilig Land te bevrijden. Hij stierf in de haven van Ancona waar hij een vloot probeerde te vormen om ten strijde te gaan. Zijn biografie is vereeuwigd in de Libreria Piccolomini van de dom van Siena, een kleine zaal versierd met charmante, zeer decoratieve maar zeker geen meesterlijke fresco’s (1502-1507) van Pinturicchio uit Umbrië.

Hij is vooral bekend gebleven om wat hij met Corsignano heeft gedaan. De paus was een telg van een voorname Sienese familie maar geboren op hun buitengoed in het dorpje Corsignano op ca. 40 kilometer van Siena zelf. Toen hij paus werd gaf hij de opdracht om iets te doen met zijn geboortedorp aan de Florentijnse beeldhouwer-aannemer Bernardo Rossellino, vertrouweling van Leon Battista Alberti, de grootste architect van die tijd die allicht plannen heeft gestuurd.

Pienza

Rosselino bouwde in amper vier jaar de Duomo naar de instructies van de paus, dwz een Duitse Hallekerk, want hij was pauselijk nuntius geweest in Beieren, maar met een renaissancegevel. Rechts ernaast het indrukwekkende Palazzo Piccolomini, links een mooi bisschoppelijk paleis of Palazzo Vescovile, en er tegenover het Palazzo Comunale of stadhuis. Verder zette de paus andere kardinalen en bisschoppen aan er  paleizen te bouwen om het dorp allure te geven. Het resultaat is een prachtig vroeg-renaissance ministadje van amper 2.000 inwoners, gelegen op een heuvel met adembenemende zichten op de prachtige Val d’ Orcia, en nu gekend als Pienza  naar paus Pius. Een absolute must voor wie Toscane bezoekt.

 

Op 22 september  1503 werd Francesco Piccolomini Todeschini  (1439-1503) uit Siena paus als Pius III en overleed 27 dagen later op 18 oktober. Er valt niets over hem te zeggen, behalve dat hij de paus was tussen de beruchte Alexander VI Borgia en Julius II, de opdrachtgever van de nieuwe Sint-Pieter en van de Sixtijnse Kapel van Michelangelo en nog veel meer.

En tenslotte werd in 1655 Fabio Chigi (1599-1667) uit Siena paus Alexander VII. Ook hij dankt zijn faam eerder aan een kunstwerk dan aan een groots bestuur van de kerk. Hij gaf Bernini de opdracht de grandioze colonnade te bouwen voor de Sint-Pieter in Rome.

Pandolfo Patrucci : een experiment met een Alleenheerser  

Siena bleef een onafhankelijk republiek en stadsstaat tegen elke druk van Firenze in  dat zijn gebied uitbreidde met andere grote Toscaanse steden als Arezzo (1384) en Pisa (1406 en 1509). Een opmerkelijke periode was het bewind van Pandolfo Petrucci (1452-1512) die vanaf 1487 quasi als alleenheerser de stad bestuurde. Hij werd gevreesd en gehaat o.a. omdat hij zijn eigen financieel-economische belangen verweefde met het bestuur van de staat en meedogenloos was tov zijn vele vijanden. Anderzijds was hij  een rots in de branding in de bescherming van de republiek tegen buitenlandse vijanden in een zeer roerige periode van de Italiaanse geschiedenis. Hij werd de “Defensor Libertatis”  of “Verdediger van de Vrijheid” genoemd tegen de bemoeienissen van Franse koningen en vooral tegen Cesare Borgia, bastaardzoon van paus Alexander VI, model voor “De Vorst” van Machiavelli en de gevaarlijkste man van zijn tijd. Niet ver van de dom bevindt zich in Siena het Palazzo del Magnifico.

De Renaissance : “Firenze niet 40 maar 40.000 mijlen verwijderd van Siena”

Op artistiek gebied gebeurde er iets heel vreemd. Daar waar Siena op het einde van de 13de en het begin van de 14de eeuw een voortrekker was op artistiek gebied met een eigen variant op de Florentijnse vernieuwingen, bleven de Sienezen nu kiezen voor een verfijnde, verstarde en bijgevolg voorbijgestreefde stijl. De Florentijnen hadden de nieuwe renaissancestijl ontwikkeld, met veel aandacht voor ruimte en perspectief, en met plastische figuren op basis van een nauwkeurige studie van de menselijke anatomie, en met veel gevoel voor de psychologie van de personages. De Sienezen leken dit niet te begrijpen en schilderden “alsof Firenze niet 40 maar 40.000 mijlen verwijderd was van Siena” zoals de beroemde kunsthistoricus Bernard Berenson zeer gevat schreef. Een uitzondering was Sassetta (1391-1450) die aansloot bij de eerste Florentijnse meesters zoals Masaccio, Uccello en Lippi, maar geen navolging vond in Siena.

Fonte Gaia

Vreemd genoeg hadden ze wel een groot beeldhouwer, Jacopo della Quercia  (ca. 1374-1438) die mee aan de basis lag van de Renaissancestijl met de Florentijnen Donatello en Ghiberti. Maar ook hij vond weinig navolging in Siena, maar maakte 75 jaar later grote indruk op Michelangelo Buonarotti. Getuige hiervan zijn Fonte Gaia op de Piazza del Campo tegenover het Palazzo Comunale.

Het is zeer merkwaardig dat niet-Sienese schilders nauwelijks aan bod zijn gekomen in Siena, en zeker de grote Florentijnen niet voor wiens diensten elders in Italië werd gevochten maar dat men veel beroep heeft gedaan op Florentijnse beeldhouwers zoals Donatello, Verrocchio en Michelangelo, en verder op Nicola Pisano en Bernini.

Op architecturaal gebied bleven ze tot ver in de 17de eeuw gotisch bouwen, een unicum in Italië. De weinige renaisssancegebouwen in Siena zijn meestal constructies van Florentijnen zoals het indrukwekkende Palazzo Piccolomini, dicht bij de Piazza del Campo, gebouwd voor de familie van  paus Pius II.

En de Sienezen hadden het bankieren niet verleerd. Agostino Chigi (1466-1520), lid van één der machtigste en rijkste Sienese families , kwam in 1487 in Rome aan als bediende van zijn vader, werd  eerst  bankier van de beruchte Borgiapaus Alexander VI en van andere vorsten, werd in 1503 bankier van paus Julius II, sponsorde diens verovering van midden-Italië, de Pauselijke Staten, werd de geldschieter van  de bouw van Sint-Pieter, van de fresco’s van de Sixtijnse Kapel door Michelangelo en van zoveel andere kunstwerken van de Hoog-Renaissance. Hij was actief als pauselijk diplomaat, en werd ook ondernemer met activiteiten in heel Europa, had op een bepaald ogenblik 20.000 werknemers, en werd als rijkste man van de christenheid door de republiek Siena vereerd met de eretitel “Il Magnifico“, vreemd genoeg een titel die soms ook werd gebruikt om Pandolfo Petrucci aan te duiden.

1555 De Val van de Republiek Siena

Lorenzo il Magnifico dei Medici, de ongekroonde heerser van Firenze in de 15de eeuw, was er niet in geslaagd Siena in te palmen. Het lukte zijn nazaten wel. In 1537 werden de Medici erfelijke hertogen van Firenze met de steun van de machtige keizer Karel V. En op 21 april  1555 werd  de republiek  Siena veroverd door de Medici en troepen van Keizer Karel na een beleg van één jaar, uitgeput door hongersnood. Een groep Sienezen gaf zich niet over, vluchtte 25 kimometer verder naar het kleine stadje Montalcino en richtte er de  Repubblica  di Siena  riparata in Montalcino  op, vrij vertaald “de Republiek Siena hersteld in Montalcino”.

De verovering van de republiek op dat ene dappere stadje na  werd bekrachtigd door de Vrede van Cateau-Cambrésis  in 1559, die een einde maakte aan de Italiaanse Oorlogen en de conflicten tussen Habsburgers en Frankrijk, en Montalcino gaf zich over. Op 27 augustus  1569 benoemde paus Pius V de Medici officieel tot Groothertogen van Toscane .

Vaandeldrager Città di Montalcino

Vaandeldrager Città di Montalcino

In zekere zin is de Palio ook een viering en een herdenking van wat Siena ooit is geweest : een kleine stadsstaat maar een machtige republiek, een Europese grootheid op financieel, economisch en artistiek gebied. Het zit symbolisch allemaal vervat in de Corteo Storico  of historische stoet die meer als twee uur lang en uitdagend traag over de Piazza trekt in aanloop naar de koers.

Een vreemd detail ervan is dat alle dorpen en kastelen van de republiek via vlaggen meegaan in de stoet, maar dat alleen Montalcino een grotere afvaardiging heeft, als vertegenwoordigers van de laatste stad die zich in 1559 overgaf aan de Medici. Waarvoor jaarlijks respect in de stoet.

Een provinciaal, verstild Nest : “krakend, afschilferend, verdwijnend, afbrokkelend, verrottend”

En Siena werd wat het tot op heden is : een provinciaal nest van buitengewone schoonheid. Buitenlandse gecultiveerde reizigers  zoals de Engelse Lords op hun Grand Tour in de 18de eeuw werden getroffen door de tijd die schijnbaar was blijven stilstaan in Siena en verlieten de stad met gemengde gevoelens en zonder veel begrip voor het gotische karakter, dat niet meer in de mode was en nog moest herontdekt worden, zoals vooral gebeurde vanaf de 19de eeuw.

De grote Amerikaanse romancier Henry James bezocht Siena in 1873  en omschreef de stad genadeloos : “Everything is cracking, peeling, fading, crumbling, rotting” of ” Alles is krakend, afschilferend, verdwijnend, afbrokkelend, verrottend”. “Geen enkele jonge Sienees kan zijn ogen laten rusten op iets jeugdigs : zij openen op een wereld die (battered) uitgeput of gehavend, en (befouled) verrot of  onbruikbaar is geworden door lang gebruik. “Maar voegde hij er aan toe : “de stad verzacht en irriteert niet”. Hij was wel verbaasd over het nachtleven van de elite die hem uitnodigden op concerten en intellectuele gesprekken om 2 uur ’s nacht. James was gefascineerd door Siena en kwam vaak terug. In 1909 schreef hij dat hij zich eigenlijk vergist had met zijn eerste te negatief oordeel (poor judgment). In “Italian Hours“, zijn Italiaanse reisherinneringen verdeelt hij bijgevolg Siena in twee hoofdstukken “Siena Early and Late“.

DEEL IV – De TWINTIGSTE EEUW .

De Franse generaal De Monsabert, een man met cultuur, moest Siena bevrijden en beval generaal Beçancon, zijn artilleriecommandant, die orders vroeg, om alleen te schieten op wat na de 18de eeuw was gebouwd. “Maar dan kan ik niet schieten, mon général”, en zo geschiedde. Siena werd bevrijd op 3 juli 1944 met een minimum aan schade. (Lees hiervoor ook het verhaal : De laatste Veldslag van de Oorlog –  De Palio van de Vrede)

Pas in de 20ste eeuw zocht Siena aansluiting bij de nieuwe wereld. De Policlinico Le Scotte, het reusachtige nieuwe hospitaal buiten de stad werd een voortrekker op medisch gebied, mede onder impuls van de universiteit. De beroemde Russische dissident Sacharov koos Siena voor een gecompliceerde operatie aan zijn ogen.

Het Istituto Achille Sclavo werd een internationale naam op farmaceutisch gebied, stelt 3.000 personen te werk, is nu in Amerikaanse handen en werkt ook samen met de Zwitserse gigant Novartis.

Panforte

Panforte

Als centrum van een groot landbouwgebied werd Siena ook beroemd voor zijn lekkernijen. Verschillende bedrijven ( Sapori, Pepi, Nannini, Parenti) zijn gekend om hun heerlijke panforte. Voeg daar de wijnen bij uit de zuidelijke Chianti, de topper Brunello uit Montalcino en de Vino Nobile uit Montepulciano, de vinsanto en sedert enkele decennia de lokale grappa. De wijnindustrie uit de streek is buitengewoon dynamisch sedert de vernieuwingen aangevat op het einde van de jaren ’70  en eigenlijk nog steeds in volle ontwikkeling met nieuwe wijngaarden op plaatsen die men voordien ongeschikt achtte voor wijnbouw zoals de streek bij Bolgheri en de Maremma.

En er is nog een belangrijke economische activiteit bijgekomen : het agriturismo of vakantie in Toscaanse boerderijen. Boeren leefden en werkten tot in 1945 in het zogenaamde mezzadria-systeem uit de middeleeuwen. De grond behoorde toe aan meestal adellijke grootgrondbezitters. De boeren waren verplicht de opbrengst met hen te delen en mochten eigenlijk niet weg van de boerderijen, een semi-lijfeigenschap. Ook de fascisten van Mussolini grepen niet in en verloren het vertrouwen van de boerenstand. Tijdens en na de bevrijding waren de communisten de grootste voorstanders van het verdelen van die gronden onder de arme boeren. Dit verklaart waarom Toscane, naast Umbria, Le Marche en Emilia-Romagna, de landbouwgebieden van Midden-Italië nog steeds “rode” bolwerken zijn ondanks hun grote welstand. Bovendien trokken veel boeren weg naar de fabrieken in Milaan en Turijn tijdens Italië’s economische boom vanaf de jaren ’50. Talrijke boerderijen stonden plots leeg. En vanaf de late jaren ’70 begrepen veel boeren dat ze eigenlijk op goudmijnen zaten. Boerderijen werden gerestaureerd en verbouwd tot prachtige vakantiewoningen  of opgekocht door buitenlandse miljonairs en Belgische politici.

Tenslotte zou ik de aandacht willen vestigen op de niet helemaal onterechte omschrijving van Siena als de veiligste stad ter wereld, wat in een land als Italië met zijn gekende problemen geen sinecure is. Die veiligheid werd steeds verklaard door de sociale controle die werd uitgeoefend door de contrade op hun inwoners en leden met hun eeuwenoude traditie van onderlinge bijstand en organisatie van wijkactiviteiten. Bovendien wezen antropologen op het vreemde effect van de Palio, dagen die vaak worden gekenmerkt door rellen tussen contrade. De zoöloog Desmond Morris schreef  ooit : “Twice a year, they cream off the violence in Siena“. Tweemaal per  jaar worden in een explosie van Palio-opwinding alle opgebouwde onlustgevoelens van welke aard ook gekanaliseerd en afgeroomd waarna het de rest van het jaar redelijk rustig is in de stad. En inderdaad, het is moeilijk te begrijpen dat Sienezen na de emoties van de Palio nog met mekaar verder kunnen leven, en toch is het zo. De Palio scheidt en verbindt. De ontvolking van het historisch centrum kan echter wel leiden tot een vermindering van de intensiteit van de relaties. Sommigen spreken reeds geringschattend over de “quattrogiornisti“, contradaioli die men in de loop van het jaar nooit ziet maar alleen verschijnen tijdens de vier hectische Paliodagen.

Merken we nog op dat Prins Charles in 1989 een opmerkelijk controversiële documentaire heeft gemaakt voor de BBC, “A Vision of Britain“, een frontale aanval op hedendaagse architectuur in Groot-Brittannië, waarbij hij Siena aanhaalde als voorbeeld van hoe het wel kan en moet.

DEEL V – De EENENTWINGSTE EEUW

De Val van Monte dei Paschi di Siena of Het Einde van de Mythe van Il Buon Governo

La Muccona

Hoofdzetel Monte dei Paschi

Hoofdzetel Monte dei Paschi

En dan moeten we het ook hebben over de opkomst en val van de trots van de stad : de Banca Monte dei Paschi die Siena. Trots maakten de Sienezen in heel de wereld bekend dat dit de oudste nog bestaande bank was ter wereld, gesticht in 1472. 500 jaar later werd er zelfs een Palio straordinario ingericht om de verjaardag te vieren. De bank was de melkkoe van stad en provincie die er de enige aandeelhouder van was en spottend La Muccona of de Grote Koe wordt genoemd. Via rijkelijke dividenden kon de stad zich werken permitteren die heel Italië jaloers maakten :  ondergrondse parkeergarages  in de oude stad, lange ondergrondse roltrappen uitgehouwen in de rotsen die bezoekers van de rand van de stad naar het centrum voeren, het Teatro dei Rozzi en het Teatro dei Rinnovati, twee toneelzalen uit de 18de eeuw en uit 1817 voor een fortuin gerenoveerd, een beter wegendek als elders, kleine maar zeer verzorgde musea in gerestaureerde paleizen in dorpjes (Het Museo di Palazzo Corboli  in Asciano, en het Antiquario di Poggio Civitate-Museo Archeologico  in Murlo), een centrum voor Hedendaagse Kunst in het 15de eeuwse Palazzo delle Papesse (gesloten na 2008) en ook het project voor het Ospedale Santa Maria della Scala. In 1995 werden de laatste zalen voor patienten ontruimd. De stad ontwikkelde een megalomaan plan om de grote ruimten te gebruiken als een museumcomplex waarbij er zelfs werd gesproken over een nieuw Beaubourg. Montepaschi investeerde 50.000.000 euro. In eerste instantie werd er een museum voor oude kunst ingericht met als hoogtepunt de Sala del Pellegrinaio met 15de eeuwse fresco’s. Verder werd er een Etruskisch museum in ondergebracht. En geleidelijk aan moest het ook een internationaal tentoonstellingscentrum worden.

En Siena verbaasde ook de sportieve wereld met prestaties die het vermogen van een kleine provinciestad te boven gingen. Reeds in de jaren ’80 bleek dat Siena tot veel in staat was op sportief gebied : een topatletiekpiste, meetings van internationaal allure, en ongezien in die tijd : Siena Atletica telde buitenlandse professionele atleten onder zijn leden : de Marokkaan Said Aouita, wereldrecordhouder 1500, 3000 en 5000 meter, Olympisch Kampioen 5000 meter in 1984 en brons op 800 meter in 1988. Hij was een unieke atleet in die zin dat hij domineerde van 800 tot 5.000 meter. Hij werd vervoegd door Roland Desruelles uit Antwerpen, Europees Kampioen 100 meter indoor.

In 2003 promoveerde Siena Robur in de Serie A van de Italiaanse voetbalcompetitie, in een klein stadion en voor een klein aantal toeschouwers, op het niveau van een zeer bescheiden Belgische eersteklasser. Robur Siena hield het vol tot 2010, degradeerde en kwam nog terug voor twee seizoenen in 2011 o.l.v.  Antonio Conte, later trainer van Juventus en Italia en in de zomer van 2016  van Chelsea.

Nog indrukwekkender was de prestatie van Mens Sana Basket Siena. In 2000 nam de Montepaschi de sponsoring over en dat hebben ze geweten in Italië. In 2001-2002 wonnen zij de Saporta-Cup, de tweede Europese beker. In 2003-2004 werden ze Italiaans kampioen en tussen 2006 en 2013 wonnen ze zeven opeenvolgende titels, nooit gezien in Italië,  en ondertussen pakten ze nog vijf Italiaanse Bekers en bereikten ze drie maal de Final Four, zeg maar de eindronde van de Champions League Basket en grepen telkens net naast de hoofdprijs. Tussen 2006 en 2013 sponsorde Montepaschi Mens Sana voor 100 miljoen euro, zeg maar aan gemiddeld 14 miljoen per jaar, meer dan wat alle Belgische eerste-klasse voetbalploegen samen ontvangen. Trouwens het kleine Robur ontving ook tot soms 13,5 miljoen euro per jaar van Montepaschi.

Het kon niet op. En het verklaart ook mee waarom de rijkste stad van Italië eerst communistisch en  na de val van de Muur links bleef stemmen. Een nieuwe variant van het Buon Governo via een gedeelde rijkdom. En toen sloeg het noodlot toe.

De Banca Monte dei Paschi di Siena was een eerder lokale bank zoals niet ongebruikelijk is in Italië, breidde zich uit in 1929 door de verwerving van de Banca Toscana, werd in 1936 een openbare kredietinstelling, gaf in 1990 blijk van initiatief toen het als eerste Italiaanse bank verzekeringen begon aan te bieden. De wet Amato-Draghi van 1992 liet de privatisering toe van openbare kredietinstellingen (zoals in België is gebeurd met Gemeentekrediet en A.S.L.K.) en lag aan de basis van de volgende stappen. In 1995 besliste de Italiaanse Staat de bank op te delen in 2 instellingen : een bank en een Fondazione of stichting, een non-profitorganisatie die de aandelen beheerde en de dividenden gebruikte voor investeringen in kunst, wetenschappelijk onderzoek, gezondheid en onderwijs. In 1999 ging de bank naar de beurs, er kwamen dus andere aandeelhouders bij die kapitaal inbrachten waarmee de bank zich kon uitbreiden in Italië en Europa, ook in België, en nieuwe activiteiten ontwikkelen. Stad en provincie keken er wel op toe dat ze 51 % van de aandelen behielden en dus de complete controle van de bank.

De Ondergang

Op 8 november 2007 deelde Montepaschi fier mee dat ze Banca Antonveneta uit Padova had gekocht voor 9 miljard euro van de Banca Santander. Ingewijden vonden het bedrag nogal hoog vooral omdat de bank met een injectie zat van liefst 8 miljard door Santander die moest terugbetaald worden, en die dus de kost deed oplopen tot 17 miljard. Achteraf kwam men ook te weten dat de aankoop was gebeurd zonder een “due diligence” of nauwkeurig onderzoek van de boeken zoals gebruikelijk en eigenlijk noodzakelijk is bij de overname van een bedrijf. Santander had dit onderzoek verboden en er een voorwaarde tot verkoop van gemaakt. En Montepaschi had dit aanvaard in een vlaag van waanzin of moeten we zeggen van totale onkunde van Giuseppe Mussari, de CEO van de bank. Mussari was geboren in Catanzaro, had rechten gestudeerd aan de universiteit van Siena, was er advocaat geworden in 1993, en had als  mooie, “il bel Giuseppe”, en intelligente man snel toegang gekregen tot “de salons van Siena die telden in de besluitvorming”, kortom had carrière gemaakt binnen de linkse Partito Democratico die Siena controleerde sinds 1945. In 2001 was hij voorzitter geworden van de Fondazione en in 2006 CEO van de bank, zonder ook maar enige bancaire kennis en ervaring. Kwatongen beweerden dat de operatie was gebeurd op bevel van Massimo D’Alema  aan de “rode” broeders in Siena en vooral aan zijn vertrouweling Mussari. D’ Alema was een zwaargewicht in de Partito Democratico, ontstaan uit een fusie van ex-communisten en linkse christen-democraten. Toen hij eerste minister was in 1998-1999 droomde hij van een fusie van Montepaschi en BNL, een andere Italiaanse topbank, om zo een grote toegangspoort te hebben tot de nationale economie, en natuurlijk gecontroleerd door de PD.

Montepaschi zat met een groot probleem maar het ergste moest nog komen. Men overleefde relatief gemakkelijk de eerste bankcrisis van 2008 maar bij de tweede crisis van 2011 begon het kaartenhuisje in mekaar te storten. Men boekte een verlies van 4,7 miljard euro door Antonveneta, en  door een groot verlies op de portefeuille van Italiaanse staatsleningen waartegen toen zwaar werd gespeculeerd en wat leidde tot de politieke val van Berlusconi. En natuurlijk werkte ook deze  bank met  de nieuwe gevaarlijke  bankproducten die niemand begreep, dus zeker Mussari niet, en die waren geïntroduceerd door een “bancaire specialist”, toevallig een vertrouweling van D’Alema.

De verantwoordelijkheid van links  is zeer groot in Siena, maar alle andere partijen hebben boter op hun hoofd. De linkse meerderheid heeft de oppositie steeds betrokken in alle grote projecten en benoemingen van bank en stedelijke instellingen. En zo was iedereen tevreden en protesteerde niemand

Ik bespaar de lezer wat er daarna allemaal gebeurd is in en rond de bank, en wat er nog aan het gebeuren is want de reddingsactie is nog volop bezig, maar ik geef wel de gevolgen voor de stad.

De Gevolgen voor de Stad

De stad en provincie Siena hebben nog 2,5 % van de aandelen van de Fondazione, die overigens quasi waardeloos zijn geworden met als gevolg dat er een einde is gekomen aan de jaarlijkse waterval van subsidies.

Robur is failliet gegaan,  teruggestart en speelt in derde klasse.

Mens Sana is frauduleus failliet gegaan in 2014, teruggestart en speelt in tweede klasse.

De activiteiten van de Santa Maria della Scala, het Italiaanse Beaubourg, staan op een laag pitje en ondanks de 50 miljoen euro van Montepaschi is de verbouwing maar half voltooid.

Mussari moest ontslag nemen in 2012 en verklaarde : “Dit is mijn werk niet en ik wil het niet vermengen met mijn beroep. Ik word terug advocaat, het enige vak dat ik ken”, een zeldzaam moment van zelfkennis van een provinciaal advocaatje die een Europese topbank ging leiden. In november 2014 werd Mussari veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenis voor de zaak Alexandria, een poging om het gat van Antonveneta te verbergen via een frauduleuze constructie met de Japanse bank Nomura.

Een rector van het Ateneo droomde van de universiteit “una piccola Oxford” te maken, maar in 2008 bleek zij liefst 200 miljoen euro schulden te hebben. De regio Toscane heeft Le Scotte gekocht voor 110 miljoen waardoor de druk enigszins van de ketel is. Terloops de universiteit wordt door de contrade beschouwd als hun historische vijand, omdat zij te veel vastgoed als lokalen in handen heeft, en omdat de studenten te veel appartementen bewonen waardoor de prijs van het vastgoed wordt opgedreven en vele contradaioli zich niet meer kunnen permitteren in de contrada zelf te wonen, en naar de periferie moeten trekken.

In 2015 ging SIENA BIOTECH failliet hoewel het van 2000 tot 2014 liefst 160 miljoen euro had gekregen van de Fondazione die conform de statuten had geïnvesteerd in technologisch onderzoek.

Politiek rommelt het ook in de stad. Burgemeester Ceccuzzi is moeten aftreden in 2012 na een schandaal rondom Montepaschi, is opgevolgd door een commissaris door Rome gestuurd om uit de impasse te geraken, en in 2013 opgevolgd door een nieuwe burgemeester die ondertussen ook onder zware druk staat omwille van enkele schandalen. De sfeer tussen partijen is vergiftigd.

Ik besluit :

Siena is nog steeds een rijke en welvarende stad.

Jaarlijks publiceert Il Sole 24 Ore, de leidinggevende  financieel-economische krant van Italië, een hitparade van alle Italiaanse provincies wat betreft kwaliteit van het leven. En de winnaar…was meermaals Siena ondanks de dure prijs van het vastgoed. Wat betreft inkomen, medische en sociale voorzieningen, veiligheid en aantrekkelijkheid van het leven was Siena onklopbaar. In 2014 stond Siena nog steeds op een mooie negende plaats, gezakt van een vijfde in 2013, wel hoog bovenaan,  maar de eerste plaats lijkt ver weg door de schokgolven van de financiële  crisissen van 2008 en 2011 die diepe wonden hebben geslagen in de kassa’s van de lokale bank, de stad en de burgers, maar ook een negatieve invloed hebben gehad op de werkgelegenheid, het moreel en zelfbewustzijn van de Sienezen zelf. Toch is men er in geslaagd via bank en Fondazione een infrastructuur uit te bouwen die ver boven de rest van het land staat. Vraag is hoe men dit in de toekomst gaat kunnen blijven onderhouden.

En Siena blijft de mooiste middeleeuwse gotische stad ter wereld .

Maar de mythe van het Buon Governo of Goede Bewind van de Negen Heren dat zou herboren zijn in de twintigste eeuw ligt definitief aan diggelen. We kunnen het ideaal echter blijven bewonderen in de allicht  utopische fresco’s van Ambrogio Lorenzetti.

Tekst en opzoekingswerk : Jan Gilliams

Laatste aanpassing : 7 juni 2016