Trenta Assassini : De 30 Moordenaars of de Vlucht na de Panische Angst 

Van alle Palioboeken is dit boek uit 2000 één van de meest merkwaardige. Om twee redenen. Marco Delogu maakte 30 prachtige “karakterfoto’s” van 30 ruiters, sommigen toen nog actief en enkelen uit een ver, zelfs vooroorlogs  verleden.

Massimo Reale schreef korte teksten bij elke foto, gebaseerd op een anekdote of een impressie van de betrokken ruiter. Enkele van deze verhalen lijken voor buitenstaanders volstrekt ongeloofwaardig, maar passen perfect in de realiteit van dit wonderbaarlijk feest. Twee verhalen zou ik zelfs willen bestempelen als surrealistisch van de allerhoogste kwaliteit.

Donato Tamburelli, detto Rondone, won 3 Palio’s in 38 koersen tussen 1954 en 1976. Hij vertelt over een Palio toen hij voor Drago reed. Hij zegt niet welke maar het verhaal lijkt er op te wijzen dat het moet gebeurd zijn in zijn laatste koers op 18 augustus 1976. Hij vertelde dat er steeds wel een reden was om hem een pak slaag te geven na de wedstrijd omdat hij in elke koers ook wel iets deed dat de eigen of de andere contradaioli woedend kon maken. Met mij moest er steeds rekening worden gehouden, zei hij fier. Maar omdat je met Sienezen beter kan spreken een uur na de koers ipv onmiddellijk erna, keek ik vanaf de derde ronde steeds uit langs waar ik te paard van het plein kon ontsnappen en dan reed ik naar een huis, ver van de Piazza del Campo, en verwittigde de kapitein waar hij mij kon komen ophalen. Ik reed naar links in de Chiasso Largo en dan rechts in de Via Pantaneto rechtdoor naar Valdimontone naar het huis van hun kapitein die mij nog een gunst schuldig was. Even erbij zeggen dat Valdimontone een verre , rustige woonwijk is zonder winkels en als Montone niet meedoet is het daar doodstil en verlaten op de dag van de Palio. Rondone stopt voor het huis van de kapitein, geeft zijn paard aan een toevallige voorbijganger (!) , klopt aan bij de kapitein, geen antwoord, blijft aankloppen maar er gebeurt niets. Paniek slaat toe. Rondone gaat achter het hoekje kijken in de straat of er niet iemand aankomt en begint de film van de koers af te spelen. “Ja, ik verdien eigenlijk wel een pak slaag voor wat ik heb gedaan”, denkt hij.  Hij loopt terug naar het huis van de kapitein en begint nu echt op de deur te bonzen. Plots hoort  hij doorheen een venster klassieke muziek uit een radiotoestel van een buurman. Hij belt aan, de man opent de deur en Rondone vraagt of hij mag binnenkomen tot de kapitein van Drago hem komt ophalen. De man bekijkt Rondone, nog volledig in uitrusting met helm op het hoofd en zweep in de hand, en zegt : “Kom er in , maar je bent wel in de verkeerde wijk ” . Zonder iets te zeggen stormt Rondone de trap op, vier treden tegelijkertijd, en kijkt boven onmiddellijk uit de venster of het nog stil is de buurt. “Wil je iets drinken”, vraagt de man. Rondone schudt van neen, krijgt een stoel aangeboden, gaat er op zitten recht tegenover de man en zonder iets te zeggen, met de muziek op de achtergrond, kijken zij een eeuwigheid stilzwijgend naar mekaar. Rondone nog steeds met een helm op het hoofd en de zweep stevig in zijn hand. Dat was de Palio voor mij, besloot Rondone, ik kan niet zeggen wat ik toen voelde, maar ik mis het zozeer.

Een echte klassieker is het verhaal van Silvano Bietolini, detto Ragno, 1 overwinning in 4 koersen van 1974 tot 1976. Het gaat vermoedelijk over zijn laatste Palio op 18 augustus 1976 , dezelfde waarin Rondone op de vlucht is gegaan. Ik had al zoveel klappen gekregen in Siena, dat ik na de koers besloot onmiddellijk te vertrekken zonder iemand iets te zeggen en zelfs zonder het geld op te halen dat een contrada mij beloofd had. Ik stapte in mijn auto en nam de weg naar de autostrade voor Rome. Tien kilometer voor de autostrade, in de duisternis, zie ik een wagen achter mij naderen die voortdurend met zijn lichten flitste. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en doe alsof ik het niet zie. Weer een flits, ik panikeer en geef gas bij. De wagen komt naast me rijden en ik zie vier mannen gesticuleren, zij snijden me af en ik ben verplicht naast de baan te gaan staan, en ik denk : “Het is nacht, ik ben alleen, ik sta op een stille zijbaan, niemand kan mij zien of horen of helpen. Zij gaan me afmaken.” Vier beren van kerels stappen uit de auto en komen naar mij toe. Ik probeer te doen alsof ik kalm ben. De eerste met een grote snor zegt : “Wat heb je toch gedaan , ben je het vergeten ? ” De tweede zegt : “Als wij iets beloven, dan zijn we van ons woord.” En de derde zegt : ” Hier, pak aan .”, en overhandigt me een grote bruine enveloppe. Voor ik iets kan zeggen, zijn ze verdwenen. Ik zit nog angstig na te bibberen en open met trillende handen de enveloppe. Nooit voordien of erna heb ik zoveel 100.000-lire biljetten gezien.

Ik voeg er nog aan toe dat vele ruiters vaak zeer terecht bevangen worden door panische angst na de koers. Enkele recente voorbeelden die ik zelf heb meegemaakt.

Op 2 juli 1988 moest men Truciolo na een ontgoochelende koers en een overtuigend pak slaag door Civettini, verstoppen in het toilet van een restaurant op de Piazza tot hij door de politie werd ontzet.

Op 2 juli 1990 reed Maurizio Farnetani, detto Bucefalo, een ontgoochelende koers voor Aquila. Hij viel van de nog jonge maar veelbelovende Uberto.  Hoewel hij voor deze contrada had gewonnen op 16 augustus 1988, probeerden de aquilini hem duidelijk te maken wat zij van zijn prestatie dachten. Maar nog veel erger was dat de Torraioli van oordeel waren dat hij hun ruiter had benadeeld tijdens de startprocedure. Hij kreeg een pak slaag, gevolgd door een rodeo tussen de menigte op de Piazza del Campo. Hij kon zich in veiligheid brengen in een restaurant nadat hij eerst de doorgang was belet door agenten die niet onmiddellijk begrepen wat er aan de hand was.   

Op 3 juli 1992 duwde Cittino voor Nicchio favoriet Pes voor Montone van zijn paard in de eerste San Martino. Beiden kwamen ten val en werden in ziekenhuiswagens gelegd in de Via del Porrione. Montonaioli stormden na de koers naar de wagen waarin Cittino lag om hem één en ander duidelijk te maken. Nicchiaioli hadden het gezien. Wat daarna gebeurde was een hoogtepunt in achtervolgingstechniek.

Op 2 juli 1994 kwam Bastiano zwaar ten val, gat in hoofd en dubbele open beenbreuk.  In het hospitaal stormden een tiental ocaioli uit de lift tegenover de kamer waarin Bastiano lag na de chirurgische ingreep. “Wat komen jullie doen ?” , vroeg een verpleegster. “Zijn ander been breken”  was het antwoord. Oca was van oordeel dat Bastiano voor Istrice bij de start hun ruiter had benadeeld door binnen te komen toen die verkeerd stond. Gelukkig kwam de chirurg aangelopen en die bleek ook van Oca te zijn.

Op 16 augustus 1994 stapte de latere grootmeester Trecciolino af van zijn paard en kreeg onmiddellijk enkele klappen van woedende Istriciaioli die hem een bange koers verweten. Dat belette hem niet in 2000 na 25 jaar terug een spectaculaire overwinning binnen te halen voor deze wijk.

In 2 juli 1996 kreeg de oude grootmeester Aceto voor Torre een paar fameuze zweepslagen van de nieuwe opkomende ster Trecciolino die voor Oca reed en won. Na de koers vluchtte Aceto, beschermd door bodyguards, naar een vooraf bepaald huis. Buiten stonden er 200 woedende Torraioli die hem wilden lynchen. “Ik liep onmiddellijk naar de keuken waar ik twee reusachtige keukenmessen vastpakte”, vertelde hij in een hilarische scene uit de formidable documentaire Palio van Cosima Spender, opgenomen in 2013.

Op 3 juli 1997 werd Cianchino door woedende Nicchiaioli achtervolgd, recht over de Piazza. Ik zag hem passeren met doodsangst in zijn ogen, terwijl hij werd afgeschermd door bodyguards.

Op 16 augustus 1997 misdroeg Bucefalo zich zodanig voor Tartuca tegen Trecciolino van Chiocciola en dat nog tijdens de startprocedure tussen de touwen, dat hij de koers niet uitreed maar in de derde ronde in de San Martino stopte, afstapte, de teugels van zijn paard aan een politieman gaf, in de Via de Porrione spurtte tussen de ziekenhuiswagens in, alwaar een auto met draaiende motor klaarstond om hem buiten de stad te krijgen.  Bucefalo streek een flinke premie op van Tartuca maar werd geschorst voor 20 koersen.  

Op 2 juli 1999 viel Bufera met het favoriete paard Re Artu’ redelijk verdacht in San Martino.  Tot na middernacht moest hij zich schuil houden in de stal van Pantera waar hij uiteindelijk door de carabinieri werd ontzet.

Beppino Pes werd in 2001 zeven minuten lang, droog gechronometreerd, afgeslagen door woedende Istriciaioli en Mari overkwam hetzelfde in 2013 , en dat omdat ze voor rivaal Lupa hadden gereden.

In 2003 reed en verloor Pes tweemaal voor Civetta. De paarden waarmee hij verloor wonnen wel telkens de andere Palio van dat jaar, bereden door andere ruiters. In de prachtige nederlandse documentaire “The last Victory” ziet men hoe Pes niet meer uit de stal van Civetta durft komen.

Noteer ook dat een starter nog nooit een Palio heeft zien uitrijden. Onmiddellijk na het vallen van de koord , grijpen twee bodyguards de starter vast en spurten zij onder de tribune van de kapiteins naar een geblindeerde wagen met draaiende motor die de starter in veiligheid brengt buiten de stad. Zien om te geloven.

Met dank aan Jan Gilliams (brucaiolo met 56 palii in Piazza op de teller) voor tekst en opzoekingswerk.