Contrade en Politiek

Contrade proberen om buiten de politieke discussies te blijven en leggen de nadruk op de eenheid van leden, los van klasse, herkomst, politieke en religieuze overtuigingen. Maar ooit heeft de politiek zich met hen bemoeit.

Het verhaal begint tijdens de het Fransgezinde bewind van vanaf 1796 na de eerste Italiaanse campagne van Napoleon in 1796 en de tweede 1800.

In 1799 werden vier contrade uitgesloten van deelname aan de Palio want zij hadden de verkeerde kleuren of symbolen.

  • Giraffa in rood en wit , d.w.z de kleuren van  Lorreins-Habsburgse  vlag van de nieuwe groothertogen van Toscana die het uitgestorven geslacht van de Medici hadden opgevolgd  in 1737 , en vijanden van Frankrijk.
  • Torre , rood en een beetje wit dat er te veel aan was.
  • Aquila met de geel-zwarte dubbelkoppige arend van het Habsburgse Rijk.
  • Tartuca had toen ook nog de  geel-zwarte kleuren van het Habsburgse Rijk.

Het Risorgimento was de beweging die uiteindelijk zou leiden tot de Italiaanse eenheid en onafhankelijkheid, en die het gehele land in beweging bracht.

Na de nederlaag van Napoleon in de Volkerenslag van 1814 komen de Lorreinse Habsburgers terug  aan het bewing tot 1859 maar de vrijheidsbeweging roert zich voortdurend.

Oca komt in een zeer verdacht daglicht te staan omdat het de toekomstige Italiaanse kleuren, rood-wit-groen draagt, symbool van de onafhankelijkheidsbeweging.

Anderzijds worden bij een intrede op de Piazza del Campo Aquila en Tartuca duchtig uitgefloten door het volk. Aquila omwille van de geel-zwarte Habsburgse kleuren en het symbool van de dubbele  arendskop die al snel en tot 1884 veranderde in een éénkoppige adelaar en met daarboven tot 1878  een ster i.p.v. een kroon die ook teveel aan Habsburg deed denken.

Tartuca verandert in 1859 definitief zijn zwart-gele kleuren in geel-blauw.

Garibaldi

Vanaf 1862 kan Torre dan weer op zeer grote sympathie rekenen  omwille van hun rode kleur omdat iedereen dacht aan de “Roodhemden” waarmee Garibaldi  Zuid-Italië had veroverd op de Bourbons en zo mee de basis had gelegd van de Italiaanse eenheid.

Op het einde van de 19de eeuw komt er een verrassend coalitie tot stand tussen de verlichte burgerij, de vrijmetselarij en de marxisten, die mekaar vinden in een poging om de Palio af te schaffen, symbool van een achterlijke (voor de verlichte burgerij), klerikale (voor de vrijmetselarij) en  anti-revolutionaire (voor de marxisten) beweging. M.a.w zij zien de Palio als een identitair-feestelijk verschijnsel, een obstakel op weg naar de modernisering van de maatschappij.

Op 23 augustus 1919 verwijt het linkse tijdschrift  “Bandiera Rossa” de Palio het spel te spelen van de lokale, reactionnaire burgerij.

In oktober 1922 komen de facisten aan de macht en Siena, vanaf 1944 een “rode” politieke burcht genoemd, was één van de meest overtuigde fascistische steden van Italë. Mussolini was prottetore van Drago en zijn dochter Edna van Onda.

Reeds op 2 juli 1926 verschijnen er fascistische symbolen op de Palio. De fascisten hechtten ook veel belang aan de vrijetijdsbesteding van de bevolking via hun beweging Dopolavoro en proberen met wisselend succes te penetreren in de sociëteiten voor ontspanning  van de contrade.

De fascisten steunen ook enthousiast alle initiatieven om oude feesten nieuw leven in te blazen en zo starten de Palio’s opnieuw in Asti, Ferrara en Legnano, tot op heden gedomineerd door Sienese fantini, maar ook andere feesten in Firenze (de beruchte calcio fiorentino), Pistoia en Pisa. Siena ervaart dit als ontoelaatbare concurrentie, ook voor het opkomende toerisme, en op 5 juni 1935 gaat burgemeester Fabio Bargagli Petrucci in Rome op bezoek bij Mussolini en komt buiten met de hoofdprijs : Mussolini beveelt dat vanaf dan alleen de Palio van Siena het recht heeft zichzelf Palio te noemen.

Op 9 mei 1938 tijdens het triomfantelijke bezoek van Hitler aan Firenze treden de contrade op voor de Führer en Mussolini in de Bobolituinen. (Lees hierover het artikel : “Una giornata particolare : de contrade en Adolf Hitler – 9 mei 1938 “) . Silvio Gigli, na 1945 een toppresentator van de Rai, stelt naar  aanleiding van dit bezoek voor Hitler en Mussolini in Siena uit te nodigen en voor hen een Palio Straordinario in te richten.

De reeds grote rivaliteit tussen Torre en Oca krijgt in dezelfde periode een bijkomende dimensie. Oca wordt als politiek correct gezien want zij dragen de Italiaanse kleuren. Torre is rood en wordt verdacht van bolsjevieke sympathiëen in een periode dat alle andere partijen en zeker de rode verboden zijn. Als tegenzet noemt Torre haar vrijetijdsverening Italo Balbo, lang de gedoodverfde opvolger van Mussolini en een nationale held, die onmiddellijk Torre met een bezoek vereert.

Na de val van Mussolini en de bevrijding van Italië breekt een periode aan van grote politieke spanningen tussen de communisten enerzijds en de andere partijen, en dan vooral met de christen-democraten.

Op 31 augustus 1947 brengt het veel gelezen weekblad Europa een verslag uit van de Palio van 16 augustus, gewonnen door Torre : “La Torre vince e Togliatti è contento” of ” Torre wint en Togliatti (de machtige secretaris-generaal van de communistische partij) is tevreden”. Togliatti was speciaal naar Siena gekomen om Torre te doen winnen en in Oca was er de gehele nacht voor de Palio alarm en werd er gewaakt omdat er in de stad werd gefluisterd dat Togliatti hun fantino zou benaderen om hem om te kopen. Eigenlijk worden de feiten van twee Palio’s door mekaar verweven, die van 16 augustus 1939 en die van 16 augustus 1947, beide gewonnen door Torre. We komen hierop later terug.

En het wordt nog erger. Begin mei 1950 op het feest van de Heilige Caterina, schutspatroon van Oca en feestdag van de contrada, werd er in de contradakerk een mis opgedragen ter nagedachtenis van Mussolini, met als gevolg dat verschillende “monturati” van Oca, jongeren die met trommels en vlaggen en speciaal uitgedost doorheen de de stad trekken om de prottetori  (financiële beschermers) van de contrada te groeten, weigeren om mee uit te gaan.

Einde juli 1950 omschrijft Oggi , een ander zeer populair italiaans weekblad, Torre als communistisch.  Op de feestdag van Torre trokken ook  hun “monturati” er op uit eer te bewijzen aan de “prottetori” en aan de bevriende contrade en belanden zo op Piazza Matteoti  in Drago, precies op het ogenblik dat Edoardo Martini, ondersecretaris  van de eerste minister en christen-democraat, daar een meeting houdt. Natuurlijk verstoren de “rode” vlaggen en de trommels de bijeenkomst en dient Martini een klacht in voor het opzettelijk belagen van een christen-democratische bijeenkomst.

Dezelfde zomer beschuldigt “Vie Nuove“, tijdschrift van de PCI of communistische partij, de politie van Siena ervan dat zij Torre zou aangevallen hebben na de koers omdat ze rode vlaggen zwaaiden, “rode” fazzoletti of  zakdoeken en cocarden droegen. Eigenlijk was de politie uitgerukt om de fantino van Onda te beschermen die werd aangevallen door Torre. En vervolgt Vie Nuove :  in het fascistisch tijdperk heeft men steeds Torre belet om te winnen en is men zover gegaan de bankkredieten van Torre te blokkeren om hen te beletten aan de Palio deel te nemen. Na de oorlog is deze oude en hatelijke politieke gewoonte tegen de meest “rode” contrada overgenomen door de klerikalen, die voor de Palio van 2 juli 1950 hebben doen schrijven in kranten dat Torre geen contrada is maar een communistische cel.

En zo besluiten we met het verhaal van de Palio van 16 augustus 1939, overigens de laatste voor de oorlog en voor die van 2 juli 1945. In 1939 zijn er twee contrade die al lang niet meer hebben gewonnen : Torre sedert 1910 en Selva sedert 1919. De fascistische machthebbers beslissen dat het de hoogste tijd is van een overwinning voor Torre en Selva opdat alle contrade de smaak van de overwinning zouden kunnen proeven, en vooral om de onrust onder delen van de bevolking te  vermijden.

Op 15 augustus 1939 roept een  hoge functionaris van de Questura de 17 kapiteins en de 17 fantini samen en beveelt hen Torre te laten winnen. Torre heeft gelukkig Ganascia, de beste ruiter van het ogenblik en Giacchino, een goed paard. Selva heeft de voortreffelijk Tripolino op Folco, het allerbeste paard, en Civetta heeft Bubbolino op de snelle Ruello. Niet iedereen buigt onmiddellijk. Onda, rivaal van Torre, laat de barbaresco de provaccia rijden i.p.v. de fantino, en Torre laat voor alle zekerheid een reservefantino rijden. Bubbolino van Civetta protesteert zo fel dat hij voor de koers uitgesloten wordt. Civetta verstopt Ruello en besluit uiteindelijk toch mee te rijden met een invaller. Selva en Oca overwegen ook een forfait maar durven uiteindelijk niet. Oca vervangt de “monturati”  in de stoet door een bende snotneuzen met minder stijl en glans, en vraagt de Ocaioli thuis te blijven uit protest tegen de  aangekondigde overwining van hun gehate rivaal Torre. Torre vertrekt op kop, Drago en Aquila en Civetta blokkeren Selva. Na de koers bespot Oca Torre die op hun beurt Oca beschuldigen bijna 100 jaar geprofiteerd te hebben van hun nationale kleuren. De feiten van deze Palio en die van 16 augustus 1947 werden door Europa door mekaar gehaspeld.

 

Dit artikel is gebaseerd op enkele hoofdstukken van de  nieuwe, voortreffelijke en zeer wetenschappelijke studie van Duccio Balestracci, professor geschiedenis van de universiteit van Siena : Il Palio die Siena. Una festa italiana, Edizione Laterza, 2019.